Om bij een steeds vakervoorkomende breuk van de Lekdijk, de waterstand tegen de Diefdijk zo laag mogelijk te houden en om de Tielerwaard sneller droog te kunnen krijgen, is in 1661 de uitwateringssluis bij Dalem aangelegd.
Toen was de functie van de sluis dus uitsluitend die van uitwateringssluis.
Dat veranderde in het rampjaar 1672, toen de Fransen onder Lodewijk de 14e ons land binnen vielen.
Een rapport van de gecommitteerden der Algemene Staten gaf aan, dat tot het inunderen van de landen van Vuren, Dalem , Spijk, Heukelum en Asperen, de sluizen te Vuren en Dalem gebruikt zouden kunnen worden. In dat geval moesten voor die sluizen wel verdedigingswerken worden aangelegd.
In het rampjaar 1672 kwam veldmaarschalk Wirtz op 19 juni met zijn troepen in Gorinchem en diezelfde dag werden de sluizen te Dalem geopend. Vanaf dat moment was de sluis dus niet alleen (nood) uitwateringssluis, maar ook een inundatiesluis van de Oude Hollandse Waterlinie geworden.

Later werd de sluis ook opgenomen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De sluis had echter geen waaierdeuren en moest met veel moeite bij laagwater opengezet worden, zodat bij hoogwater de polder onder kon lopen.












