De vesting Holland

Het grijze gebied is de Vesting Holland. https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Vesting_holland_the_netherlands.jpg, NielsB assumed (based on copyright claims), CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=515618

De Vesting Holland

In 1922 ging de Nieuwe Hollandse Waterlinie officieel op in het “nieuwe” verdedigingsconcept; de Vesting Holland. Eigenlijk was het niet zo nieuw, want geografisch was er niets veranderd.  De verdediging van de Vesting Holland bestond uit de zee met de kustverdediging in het westen, de noordelijke verdedigingswerken met inundaties van de Stelling van Amsterdam in het noorden, de Nieuwe Hollandse Waterlinie in het Oosten en de grote rivieren in het Zuiden. In dat “Zuidfront Vesting Holland” waren ook opgenomen de verdedigingswerken van de zuidelijke uitloper van de Nieuwe Hollandse Waterlinie tot aan de Biesbos en de Stelling van het Hollandsdiep en het Volkerak, rond de vesting Willemstad.

Officieel sprak men dus van fronten van de Vesting Holland, de Nieuwe Hollandse Waterlinie werd omgedoopt in Oostfront Vesting Holland. Toch bleven velen nog hardnekkig de term Waterlinie bezigen en is in de praktijk de Waterlinie ook nooit helemaal weggeweest uit de militaire documenten en correspondente. De Waterlinie zat bij iedereen in de genen en zou dat ook blijven.

Voor de instelling van de Vesting Holland was ook al onderkent, dat de verdediging nog meer gebruik zou gaan maken van in veldstellingen verspreid opgestelde troepen en het veldleger kreeg een grote rol in de verdediging, waarbij sprake was van enige dynamiek in het optreden van een deel van het veldleger.

Die stellingen zouden dan bestaan uit de forten (als infanteriesteunpunten), de reeds voorbereide en extra te maken neven- en tussenbatterijen, aangevuld met infanteriestellingen bestaande uit loopgraven en schuilplaatsen. In dat kader werd ook de vestingartillerie opgeheven en in de veldartillerie van het veldleger opgenomen.

Klik op de kaart (2x) voor een vergroting. Vestingplattegrond 1926. Van het geel gearceerde deel van de vestingwerken is de vestingwerk status opgeheven en worden overgedragen aan de gemeente Gorinchem.

Ook in dit kader werd in 1926 een deel van de vestingwerken van Gorinchem als officieel vestingwerk opgeheven. De oostelijke vestingwal zag met toch nog als een belangrijke secundaire verdedigingsmogelijkheid in het oostfront van de Vesting Holland en bleef dus gehandhaafd, maar ook het zuidelijk deel langs de rivier, de bastion 7, 6 en 5 werd als vestingwerk gehandhaafd.

Sinds eind 19e eeuw was bastion 6 in twee delen genummerd, zijnde bastion 5 als het deel bij de Stenen Beer aan de Duivelsgracht en bastion 6, zijnde het bastion, met daarin de Tolkazerne en affuitloodsen. Tevens bleef voor bastion 3 (voorheen 4) met daarin de Caponnière, de vestingstatus behouden als zijnde het “Havenwerk” ter verdediging van de toegang tot het Merwedekanaal.

De enige echte vernieuwing, die de term Vesting Holland kon rechtvaardigen, was de commandostructuur. De Vesting Holland kwam onder de Commandant Veldleger (C.V.), met daaronder een Commandant Vesting Holland (C.V.H.). Dus er was nu een centrale leiding, die bepaalde hoe mensen en middelen werden ingezet ter verdediging van de Vesting Holland.

Modernisering van de fronten in beton

Een groepsschuilplaats 1918 van een schietgat (dichtgemetseld) voorzien in de achterzijde. Zodoende had men goedkoop een mitrailleurkazemat gecreëerd. Dit is in “het werk aan de Groeneweg”, boven de Lek voor fort Honswijk. Foto Hugo Ouwerkerk.

In de periode tussen de 1e- en de 2e Wereldoorlog, ook wel het Interbellum genoemd, werd het Oostfront Vesting Holland eerst versterkt door de ombouw tot kazemat van enkele groepsschuilplaatsen uit de 1e Wereldoorlog. En in de dertiger jaren van de 20e eeuw met de nieuwbouw van zware betonnen kazematten bij nieuwe spoorlijnen, wegen e.d. die het oostfront van oost naar west doorsneden. Deze kazematten werden gebouwd volgens het even daarvoor gemaakte Voorschrift Inrichting Stellingen (V.I.S.) en deze zijn nu bekend als VIS-kazematten.

Plattegrond VIS-kazemat met afwachtings- en gevechtsruimte met schietgat. Fragment van tekening Nationaal Archief 4.EAIZH-169.

De allereerste van een reeks van 40 VIS-kazematten werd gebouwd in de saillant van bastion 11 van de vestingwal van Gorinchem. Op deze foto de achterzijde met ingang vers uit de bekisting. Foto Genie Museum te Vught.

De VIS-kazemat voorzijde met schietgat en aanaarding in de vestingwal van Gorinchem, gezien vanaf de Spijksedijk. Foto Geniemuseum te Vught.

Toen de 2e Wereldoorlog duidelijk in aantocht was zijn er op het laatste moment in 1939 en 1940 nog flink wat kazematten bijgebouwd en vele groepsschuilplaatsen volgens een nieuw ontwerp. Dit zijn de zogenaamde gietstalen kazematten (G-kazemat) bestaande uit een gewapend betonblok, met daarin verankerd een gietstalen cilinder met een koepelvormige bovenzijde en schietgat-beschermtuit, gemaakt van pantserstaal. De groepsschuilplaatsen waren van heel dik gewapend beton met schuine zijden, voorzien haken, om camouflage vast te houden. Dit waren groepsschuilplaatsen type P, ook wel Piramide genoemd.

Twee groepsschuilplaatsen type P (Piramide), met daartussenin een groepsschuilplaats type 1918, in de infanteriestelling “het werk aan de Groeneweg”. Foto Hugo Ouwerkerk.

Aan de vele Piramides is nu nog de hoofdweerstandslijn van het Oostfront Vesting Holland, dus de Nieuwe Hollandse Waterlinie, te herkennen. Daar waar de watervlakte van de inundatie breed was zonder dat er boven water blijvende kades doorheen liepen is de concentratie van groepsschuilplaatsen laag en waar de watervlakte smaller werd of er droog blijvende kades doorheen liepen is de concentratie hoog en zijn er ook overblijfselen van G-kazematten te zien, die deze accessen moesten bestrijken met hierin opgestelde zware mitrailleurs.

Eén van de weinige nog intacte G-kazematten, van de achterzijde gezien, in de wal van fort Everdingen aan de Lek. Foto Hugo Ouwerkerk.

Er is sprake overblijfselen, want tijdens de bezetting hebben de Duitsers namelijk alle pantserstalen koepels verzameld om het hoogwaardige staal te gebruiken voor hun wapenindustrie. De koepels werden met explosieven uit hun betonnen voet geblazen. Dus van de G-kazematten zijn meestal alleen nog ruïnes te zien in de vorm van een in het midden gespleten blok beton met uitstekend betonijzer.

De boezemkade van de gracht van fort Vuren; links het overblijfsel van een G-kazemat, nadat de Duitsers de pantserkoepel eruit geblazen hebben. Rechts een groepsschuilplaats 1916 en een groepsschuilplaats Piramide 1939/1940. Foto Hugo Ouwerkerk.

Aanpassing verdedigingsplan

In februari 1940 was men redelijk gevorderd met het maken van de betonwerken in de fronten van de Vesting Holland, maar men kon het karwei niet meer afmaken. Als gevolg van onenigheid in de militaire top en de politiek over het verdedigingsplan, werd de opperbevelhebber vervangen.

De nieuwe opperbevelhebber moest een keuze maken tussen het voeren van de hoofdverdediging (laatste verdedigingslijn) in de Nieuwe Hollandse Waterlinie, of de Grebbelinie/Betuwestelling. Er werd gekozen voor de laatste, het Oostfront Vesting Holland werd dus feitelijk een stuk naar het oosten geschoven. Men liet alle werkzaamheden in de Nieuwe Hollandse Waterlinie direct vallen om zich op de Grebbelinie/Betuwestelling te concentreren.

Klik (2x) op de kaart om te vergroten. Groen = de Grebbelinie (officieel Valleistelling genoemd). Oranje = de Betuwestelling. Blauw = de Maas-Waalstelling. Achtergrond topografische kaarten 1940 van https://www.topotijdreis.nl/, bewerkt door Hugo Ouwerkerk.

Voor de gemaakte keuze viel wel wat te zeggen. De forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie hadden allang hun waarde verloren en de verdediging hing voornamelijk af van de infanterie in gecamoufleerde veldstellingen, gesteund door artillerie ook in gecamoufleerde veldstellingen. Camouflage tegen luchtwaarneming was belangrijk geworden sinds de 1e Wereldoorlog, waarin het luchtwapen tot ontwikkeling kwam, waardoor alle partijen nu over een luchtmacht met verkenningsvliegtuigen, jagers en bommenwerpers beschikten.

Duitse Stuka duikbommenwerper. By Unknown author – Royal Air Force Battle of Britain campaign diaries [1] photo [2]/[3], Public Domain, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=19272345.

De Nieuwe Hollandse Waterlinie lag in een open polderlandschap. De aangebrachte beplanting was ontworpen als maskering tegen horizontaal zicht op afstand, omdat er toen nog geen vliegtuigen waren. Vanuit een vliegtuig gezien tekenden de forten, de tussenbatterijen en de loopgraafstellingen zich duidelijk af in het polderlandschap en ook de artillerie viel moeilijk te verstoppen.

Luchtfoto van eind dertiger jaren 20e eeuw, met rechtsonder een deel van fort Everdingen met de voormalige opengeschutsopstellingen tussen traverseheuveltjes, Echter vol en duidelijk in beeld is de loopgravenstelling van de infanterie in de uiterwaard. Voor een verkenningsvliegtuig waren er geen geheimen. Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie. Objectnummer 2155_005316.

De Grebbelinie  had een wat meer bedekt terrein, gedeeltelijk bebost, dus konden de troepen en de artillerie wat meer verdekt worden opgesteld. De eigen stellingen in de Grebbelinie waren voor een groot deel op hogere grond ten opzichte van de aanvaller, die de Gelderse vallei moest doortrekken. De Betuwestelling was in een gebied rijk aan boomgaarden en kon deels ook van de aardlichamen van oude vestingwerken en een liniedijk gebruik maken. Voor deze linies konden grotendeels ook inundaties worden gesteld. In een moderne oorlog leken de Grebbelinie en Betuwestelling een betere optie te zijn.

Echter er waren ook nadelen. Door het Oostfront Vesting Holland zover naar het oosten te schuiven was er een groot gat ontstaan tussen het ter verdediging ingerichte Zuidfront Vesting Holland, wat eindigde iets ten oosten van Gorinchem en het zuidelijke eind van de Betuwestelling. Want de linies zuidelijk daarvan zouden niet meer hardnekkig worden verdedigd.

Men dacht dat men onvoldoende troepen had voor de verdediging van Noord-Brabant en Holland. Bovendien sloot de Peel-Raamstelling niet aan op een Belgische verdedigingslinie. Men voorzag de Peel-Raamstelling nu van een uitgedunde bezetting om deze circa één dag verdedigen. Men hoopte dat de Fransen dan de verdediging van het westelijk deel van Noord-Brabant op zich zouden nemen.

Klik (2x) op de kaart om te vergroten. Groen = de Grebbelinie (Valleistelling). Oranje = de Betuwestelling. Donkerblauw  gestreept = de Maas-Waalstelling, op te heffen na 1 dag. Rood is het ontstane gat . Lichtblauw is de oplossing in de vorm van de nieuw bedachte Waal-Lingestelling. Rechts in blauw de Nieuwe Hollandse Waterlinie, gestippeld het niet parate deel en doorgetrokken het parate deel. Achtergrond topografische kaarten 1940 van https://www.topotijdreis.nl/, bewerkt door Hugo Ouwerkerk.

De Peel-Raamstelling liep vanaf de Belgische grens tot de Maas bij Grave.
De Maas-Waalstelling was de verbinding tussen de Betuwestelling en de Peel-Raamstelling.
De Maas-Waalstelling zou dan dus in de lucht komen te hangen en moest dan ook opgegeven worden. Er moest dus een nieuwe linie worden gevormd tussen de Betuwestelling en Gorinchem, via een zo kort mogelijke tracé.

Klik (2x) op de kaart om te vergroten. De dik gearceerde lijn is de laatste (hoofdweerstandslinie) verdedigingslinie, die dus hardnekkig moest worden verdedigd; de Valleistelling (Grebbelinie) de Betuwestelling de Linge-Waalstelling, het gedeelte Nieuwe Hollandse Waterlinie van Leerdam tot aan de Biesbosch en de rest van het Zuidfront Vesting Holland tot aan de Noordzee. Kaart behorende bij de “Groene serie”, De operatiën van het veldleger in het Oostfront van de Vesting Holland, mei 1940, deel III. 3 schets/kaart nr. A.2 Hardnekkig te verdedigen stellingen van het veldleger. Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie.

Men koos hiervoor een opstelling achter de rivier de Linge, die bij Leerdam aansloot op de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Echter men koos daarmee dus voor een lange nieuwe linie zonder voorbereide stellingen en zonder betonwerken. De enige versterking was een aan de zuidzijde van de Linge te stellen inundatie. Het 3e Legerkorps zou op de eerste oorlogsdag uit Noord-Brabant verplaatsen naar deze Waal-Lingestelling.

Klik (2x) op de kaart om te vergroten. Links (donker gearceerd) de gestelde inundaties van van de Nieuwe Hollandse Waterlinie tussen Leerdam en de Biesbos. In het midden (licht gearceerd) de opkomende inundatie van de Waal-Lingestelling. Rechts midden de inundaties van de verlaten Maas-Waalstelling. Kaart behorende bij de “Groene serie”, De operatiën van het veldleger in het Oostfront van de Vesting Holland, mei 1940, deel III. 3 schets/kaart nr. C. 25. Toestand in de Waal-Lingestelling en de aangrenzende gebieden, op 12 mei 1940 te 12:00. Nederlands Instituut voor Militaire Historie.

De Nieuwe Hollandse Waterlinie doet nog steeds mee

Echter dat hield dus in, dat de Nieuwe Hollandse Waterlinie tussen Leerdam en fort Vuren toch de hoofdweerstandslijn bleef, terwijl het zuidelijk deel vanaf de Waal bij de batterij bij Brakel tot aan de Biesbos ook hoofd weerstandslijn was als onderdeel van het Zuidfront Holland. Dus een groot deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie deed toch mee, was in staat van verdediging gebracht en met troepen en artillerie bezet. Terwijl het overige deel van de waterlinie alleen van een veiligheidsbezetting was voorzien, die tijdens de eerste oorlogsdagen al snel richting Rotterdam werd gestuurd. Dus was het overige deel van de waterlinie zo goed als onbezet.

Klik (2x) om te vergroten. Schootsvelden en richtingen van de zware infanteriewapens en de lichte mitrailleurs vanuit de infanteriestellingen in het parate deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Verder aangegeven: artillerie opstellingen, versperringen, kade doorgravingen t.b.v. de inundatie e.d. Het betreft hier het gedeelte tussen fort Asperen en fort Vuren. Bewerkt fragment van kaart Nederlands Instituut voor Militaire Historie, via Archieven.nl, nr. 493027.

Het parate deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie bij de vesting Gorinchem werd verdedigd door een legerverband, wat “de Groep Merwede” werd genoemd.

De groep Merwede bestond uit:

  • Het 23e Regiment Infanterie.
  • De 3e compagnie Torpedisten.
  • Het 13e Regiment Artillerie (kanonnen 12 lang staal).
  • De 24e Afdeling Artillerie (kanonnen15 lang staal).
  • De 27e Afdeling Artillerie (houwitsers 12 lang 12).
  • De luchtverdedigingsgroep Gorinchem.
    • 112e batterij LUA (Lucht Afweer) 6 TL (kanon 6 cm Tegen Luchtdoelen) bij Herwijnen. Dit was een zogenaamde “verlichte” batterij, dat wil zeggen, dat er een sectie zoeklichten aan is toegevoegd.
    • 87e Peloton Luchtdoelmitrailleurs, Spandau 7,9 mm bij Brakel.
    • 88e Peloton Luchtdoelmitrailleurs, Spandau 7,9 mm bij Brakel.
    • 114e batterij LUA 6 TL bij Keizersveer, zonder zoeklichten, een zogenaamde “donkere” batterij.
    • 115e batterij LUA 6 TL bij Genderen, zonder zoeklichten.
    • 98e Peloton Luchtdoelmitrailleurs, Spandau 7,9 mm bij Heusden.
    • 99e Peloton Luchtdoelmitrailleurs, Spandau 7,9 mm bij Heusden.
    • 92e Peloton Luchtdoelmitrailleurs, Spandau 7,9 mm bij Drongelen.

Al dit luchtdoelgeschut was opgesteld bij de rivierovergangen ter dekking van de verplaatsingsoperatie van het 3e Legerkorps en de Lichte Brigade vanuit Noord-Brabant naar de Vesting Holland, tijdens de eerste oorlogsdag. Daarna werden alle luchtdoelbatterijen en pelotons teruggenomen op het parate deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en opgesteld bij Asperen, Leerdam en Gorinchem.

Klik (2x) om te vergroten. Schootsvelden en richtingen van de zware infanteriewapens en de lichte mitrailleurs vanuit de infanteriestellingen in het parate deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Verder aangegeven: artillerie opstellingen, versperringen, kade doorgravingen t.b.v. de inundatie e.d. Het betreft hier het gedeelte tussen de Waal en de Biesbosch. Bewerkt fragment van kaart Nederlands Instituut voor Militaire Historie, via Archieven.nl, nr. 493027.

Het einde

Dus de lange en roemruchte geschiedenis van de Nieuwe Hollandse Waterlinie loopt door tot en met de de meidagen van 1940, tot nu toe (gelukkig) de laatste keer, dat ons land een serieuze poging moest doen om onze vrijheid te verdedigen. Daarna speelde de Nieuwe Hollandse Waterlinie geen rol meer in de verdediging van Nederland.

Toch werd er na de 2e Wereldoorlog nog een nieuwe waterlinie aangelegd langs de rivier de IJssel, omdat een waterlinie nog steeds als een formidabele hindernis voor landstrijdkrachten werd gezien. Echter de moderne oorlog was te grootschalig en desastreus geworden. Nederland sloot zich aan bij de NAVO omdat alleen gezamenlijk met ander landen een antwoord op de dreiging van het Oostblok gegeven kon worden in de inmiddels ontstane Koude Oorlog. De gezamenlijke verdedigingslijn kwam in het oosten van de Bondsrepubliek Duitsland te liggen.

Fenomeen uit de geschiedenis hergebruikt

De Nieuwe Hollandse Waterlinie is nu een prachtig gerestaureerd of geconserveerd stuk cultuurhistorie in een groene gordel van prachtige natuur, waar het heerlijk recreëren is, door het doen van een wandel, fiets, vaar- of tourtocht langs de forten als rustenpunten in een bijzonder historische sfeer, waar men ook kan genieten van goed eten en drinken.

In de verdediging

Toch moet de Nieuwe Hollandse Waterlinie nog steeds worden verdedigd……
En wel tegen de plannen van moderne bestuurders en ontwikkelaars, die geen oog hebben voor de historische waarde en bijvoorbeeld graag inundatiegebieden en schootvelden vol willen bouwen, betonwerken slopen of historische objecten willen verrommelen met moderne architectonische toevoegingen.
Wie let er op?