Militaire vakvereniging Ons Belang

“Ons Belang” was een vereniging van onderofficieren en militaire geëmployeerden in de rang van onderofficier behorende tot de Nederlandse Landmacht. De vereniging werd in 1898 opgericht in Den Helder. De statuten van de vereniging werden bij K.B. van 15 augustus 1899 no. 40 goedgekeurd en daarmee verkreeg de vereniging een officiële status. Ten tijde van het 30-jarig bestaan was de hoofdzetel Amersfoort. In Gorinchem was ook een afdeling van deze vereniging actief.

Tijdsbeeld

In die tijd kan het leven der arbeiders en lagere ambtenaren, alsmede soldaten en onderofficieren worden geschetst als een zwoegend bestaan in uitzichtloze armoede, welk bestaan het genieten van enige levensvreugde danig in de weg stond. “ ‘De arbeider verdient te weinig om te leven, te veel om te sterven’, concludeert een geschrift van 1869. Een in 1870 te Arnhem gehouden enquête constateert, dat de arbeider ƒ 9 per week noodig heeft om rond te komen en slechts ƒ 6.60 ontvangt. Hij leeft daardoor in ellendige omstandigheden”  ¹. Een vergelijkbare situatie gold dus voor de soldaten en onderofficieren in de Nederlandse Krijgsmacht. In de 2e helft van de 19e eeuw ontstond een arbeidersbeweging en werden verenigingen opgericht voor onderlinge hulp, die leidden tot de oprichting van de eerste  vakbond in 1894. Zo ook ontstond er bij de onderofficieren van de landmacht dus behoefte aan vereniging. In eerste instantie om wat te doen aan de armoede, het uitzichtloze bestaan en het ontbreken van een weduwen- en wezenpensioen.

Organisatie

De vereniging werd vanuit de in armoede levende onderofficieren zelf opgericht en bestuurd. Het eerste officiële hoofdbestuur bestond uit 9 personen, allen in de rang van sergeant of fourier. Er werden afdelingen met een afdelingsbestuur opgericht in de diverse garnizoensplaatsen. Hiertoe was opgeroepen middels een circulaire aan de diverse korpsen. Na die eerste circulaire vormden zich 5 afdelingen met een totaal van 250 leden. De financiële contributie der armlastigen kon uiteraard maar zeer laag zijn. Het totale bezit van de landelijke vereniging bestond dan ook uit een koffertje en een geldzakje.

Socialisme

In die tijd werd een vorm van vereniging van de arbeidende klasse en onderhorigen gezien als socialisme, rood, een bedreiging! Dit was zeker het geval bij de officieren van de uiterst conservatieve Nederlandse krijgsmacht, maar ook bij politieke partijen. Diverse ministers en kamerleden stelden later dat een dergelijke bond van militairen onnodig en onwenselijk was. De meeste onderofficieren waren dan ook huiverig om toe te treden. Men vreesde represailles van hun meerderen en van de autoriteiten. Echter nadat de vereniging middels een tweede circulaire kon communiceren dat de vereniging inmiddels bij K.B. was goedgekeurd, kwam er meer beweging en was het resultaat verblijdend te noemen. Het aantal afdelingen steeg in 1899 van 5 tot 15 met een totaal van 898 leden. In de volgende jaren komen er nog meer afdelingen bij en is er bijna in elke garnizoensplaats een afdeling. In 1901 passeert het totaal ledenaantal de 2000.

Vorming

Op 25 februari 1900 werd de eerste algemene vergadering gehouden in café Poort van Kleef te Amsterdam. Er waren 14 afdelingen vertegenwoordigd, waaronder Gorinchem. Deze afdelingen dienden maar liefst 70 voorstellen in betreffende de stoffelijke verzorging der onderofficieren. Hiervan worden er 55 behandeld. De voorstellen en wensen werden middels verzoekschriften bij de regering ingediend en door de Minister van Oorlog zeer kort en afwijzend beantwoord. Geheel conform het tijdsbeeld stelde de vereniging zich dan ook zeer bescheiden op. Men wilde de verdachtmaking rood te zijn ontkrachten. De vereniging kreeg de eerste jaren dan ook geen poot aan de grond, maar bleef vastberaden en het ledental van 2000 was constant. Men kreeg ook de steun van het christendemocratische kamerlid A.P. Staalman.

Op de 2e algemene ledenvergadering in 1902 ging er een nieuwe wind waaien. Met een redevoering pleitte S. Sinnema, ervoor, om de onderofficieren eerst de kans te geven zich op maatschappelijk vlak te ontwikkelen, van waaruit dan met bekwame mannen in het hoofdbestuur en in de afdelingsbesturen, met kennis van zaken en zelfverloochening de vereniging in het goede spoor geleid kon worden. De boodschap sloeg aan en diverse afdelingen deden voorstellen in die geest.
Het hoofbestuur wordt ook opnieuw samengesteld met Sinnema als president.

Resultaten

In 1909 was daar dan eindelijk het eerste grote wapenfeit. Er werd een wet aangenomen en  door  H.M. de Koningin bekrachtigd, die een pensioen regelde voor de militairen lager dan de rang van officier en tevens hun weduwen en wezen. Zo weet de vereniging langzaamaan meer lotsverbetering voor de onderofficieren te bewerkstelligen. Er wordt ook een drukkerij opgericht, die een weekblad uitgeeft. Verder een reservefonds, een sanatoriumfonds en de vereniging gaat beschikken over eigen gebouwen. Na de 1e Wereldoorlog gaat men er zelfs toe over een spaarbank, een ziekenfonds en verzekeringen in het leven te roepen. Ook is er dan huizenschaarste, voor de van mobilisatieonderkomens terugkerende militairen en richt de vereniging een woningstichting op.

Gorinchem

Onder de na de 2e circulaire aangemelde afdelingen was ook de afdeling Gorinchem met 43 leden. En Gorinchem was ook vertegenwoordigd op de 2e algemene ledenvergadering en deed, naar aanleiding van het betoog van Sinnema,  een voorstel tot het oprichten van leesgezelschappen, “want de onderofficieren lezen niet” zo werd er gezegd, terwijl lezen toch goed is voor de algemene ontwikkeling. Er worden daarna inderdaad leesclubs, bibliotheken en discussieclubs ingesteld.

Bij de 8e Algemene Vergadering werden ook de namen van de afdelingsvertegenwoordigers vermeld en voor Gorinchem was daar de heer v. d. Plaat.

Tijdens de 11e Algemene Vergadering besloot men om de morele verheffing en ontwikkeling van de onderofficieren weer meer aandacht te geven. In 1912 en 1913 werden opgericht 18 leercursussen met 455 deelnemers, 7 studie/debating-clubs, 12 reiskassen, enige leeskringen en er werden in die periode 100 lezingen over leerzame onderwerpen gegeven, terwijl er ook musea werden bezocht.

Tussen 1913 en 1914 wordt ook vermeld, dat er in Gorinchem een leercursus en een debatingclub waren.

Tijdens de 23e ledenvergadering in 1926 te Maastricht, werd door de afdeling Gorinchem 175 gulden aangeboden ten bate van de sanatoriumstichting “De Parel” van de vereniging Ons Belang. Terwijl Maastricht, Bergen op Zoom, Vlissingen en Leiden respectievelijk 500, 800, 400 en 950 gulden beschikbaar stelden.

Tot slot

Tot zover de wetenswaardigheden aan de hand van het Gedenkboek ter gelegenheid van het 30-jarig bestaan van Ons Belang. Wellicht levert verder onderzoek in de toekomst nog meer gegevens op. Wie nam bijvoorbeeld het initiatief tot de bouw van woningen voor militairen aan het Wilhelminaplein te Gorinchem. Misschien was de aanzet ook wel door Ons Belang gegeven?

Verantwoording:

¹              Honderd jaren(1946)–P.J. Oud. Hoofdzaken der Nederlandsche staatkundige geschiedenis
 1840-1940. Pagina 124. https://www.dbnl.org/tekst/oud_001hond01_01/oud_001hond01_01_0008.php

Dit artikel:
Op basis van het Gedenkboek 1898 – 1928, ter herinnering aan het dertigjarig bestaan van “Ons Belang”, vereniging van onderofficieren en militaire geëmployeerden in de rang van onderofficier behorende tot de Nederlandse Landmacht, pagina 13.
Dit boek is verworven en beschikbaar gesteld voor het maken van dit artikel, door ons werkgroeplid Barry van Baalen.

Geschreven door Hugo Ouwerkerk
Regie Guus Haandrikman