Schuilplaatsen en luchtbescherming

Algemeen

In de loop van de dertiger jaren begon men in Nederland eindelijk te denken aan schuilplaatsen voor de burgerbevolking. In 1933 werd de “Studie-vereniging voor Luchtbescherming” opgericht.

Enkele stukken uit artikel Algemeen Handelsblad 26-09-1933.

Op 7 maart 1936 wordt de Nederlandse Vereniging voor Luchtbescherming opgericht.

In 1936 was er een particulier initiatief, dat door de minister van Binnenlandse Zaken werd ondersteund. In het toen verschenen boekje “Schuilplaatsen en beveiliging tegen luchtaanvallen” kon men uit het voorwoord van de minister vernemen dat er veel belangstelling voor was, maar dat er ook nog veel onzekerheden waren.

Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant 25-03-1936.

Standpunt van de regering in 1938

“De beste bescherming moet worden gezocht in actieve luchtverdediging door voldoende luchtdoelgeschut en een behoorlijke luchtmacht en daarnaast is de passieve luchtbescherming nodig, ten einde de gevolgen van geslaagde luchtaanvallen, waartoe de mogelijkheid ook bij voortreffelijke verdediging blijft bestaan, zoveel mogelijk te beperken. Men stelt jaarlijks fl. 500.000.- beschikbaar voor de luchtbescherming.

De mening van de regering betreffende de schuilplaatsen is, dat verdediging tegen strijdgassen niet de prioriteit is, maar dat de maatregelen moeten dienen ter bescherming tegen brisant- en brandbommen. Hierdoor hoeven geen schuilkelders te worden gemaakt, maar alleen loopgraven  die voldoende bescherming bieden. Men moet nuchter naar de behoeften in Nederland kijken en zich niet laten leiden door de maatregelen van andere landen. Met financiële steun van het Rijk zal het uiteindelijk doel geleidelijk worden bereikt. Als gemeenten op eigen kosten voorzieningen treffen wordt dit gezien als loffelijke voortvarendheid. Men moet dat niet zien als nalatigheid van het Rijk. Er loopt een onderzoek om te  bepalen of de Nederlandse industrie in staat is om gaskleding en volksgasmaskers te leveren.

De regering heeft de Nederlandse vereniging voor luchtbescherming (NVL) – op haar verzoek – toegestaan een organisatie te vormen van particulieren op het gebied van luchtbescherming. Zij hebben zich dus alleen te bewegen op het gebied van bescherming van particulieren en particuliere bedrijven, de zogenaamde “zelfbescherming”. Deze vereniging heeft een loterij gehouden om aan voldoende middelen te komen. Op het gebied van overheidszorg heeft de vereniging niets te regelen, dat is een zaak van de rijksinspectie. Wel moeten in de gemeente de overheidszorg en de particuliere zorg op elkaar aansluiten; – dat is een taak van de burgemeester of het hoofd van de luchtbeschermingsdienst.”

Standpunt regering, De 5 Rivieren 18-06-1938

In “De Gorcumer” van 25-06-1938 stond hierop een reactie die aangaf hoe men hierover in Lexmond dacht.

De Gorcumer, 25-06-1938. Mening over schuilplaatsen en gasmaskers.

04-04-1940

Er was inmiddels een conflict ontstaan tussen de vereniging en de minister van Binnenlandse Zaken. De vereniging heeft dan landelijk 600 afdelingen en 250.000 leden.
Minister Van Boeyen gaf zijn zienswijze. “Bestuur van NVL saboteerde gedane toezeggingen, daarom wens ik met de heren geen bemoeienis meer”. De wet kent slechts twee verantwoordelijke figuren, de burgemeester, bijgestaan door het hoofd van de plaatselijke luchtbeschermingsdienst en de Mininster van BZ. Kortom een standaard Nederlandse situatie kort voor het begin van de Tweede Wereldoorlog.

Artikel over conflict Minister met NVL.

Berichten over activiteiten in Gorinchem.

In 1938 was er een bijeenkomst van de afdeling Gorcum van de Ned. Ver. voor Luchtbescherming, men heeft dan 340 leden. Ook B en W waren aanwezig. Voorzitter is dhr. Neumann. Gorinchem zit in gevarenklasse 1, hierdoor heeft 2% van de bevolking van regeringszijde recht op een gasmasker. In 1935 zijn er ruim 14000 inwoners, dus dat waren 280 á 300 gasmaskers. Er zullen cursussen worden gegeven in de gasschool. Ook uit andere gemeenten kwamen mensen naar een cursus in Gorinchem.

De Gorcumer 14-12-1938, bijeenkomst afd. Gorcum.

Als het niet verplicht is en men moet het zelf betalen worden er geen schuilplaatsen gebouwd.

De Gorcumer,12-07-1939.

Op 31 augustus 1939 vindt er een gezamenlijke vergadering in “De Doelen” plaats, waar uitleg wordt gegeven over luchtbescherming.

De Gorcumer, 02-09-1939.

In dezelfde krant staat ook een verslag van de gemeenteraad waarin de te bouwen Commandopost voor de Luchtbescherming wordt besproken. De begroting is tot op de cent nauwkeurig. Ook zijn de ideeën over schuilplaatsen inmiddels veranderd. Maar er worden nog steeds overdekte schuilplaatsen ontwikkeld (zie verder).

De Gorcumer, 02-09-1939.

Bouwtekening ondergrondse commandopost en foto van toegangsgebouw.

Op 22 november 1939 werd in de Tweede Kamer  gesproken over de wet op de Luchtbescherming, deze is inmiddels 3 jaar oud, maar er bestaat nog veel onzekerheid, nalatigheid en verwarring.  Het wordt aan de gemeenten overgelaten wat zij doen. Daardoor werd er in de ene gemeente veel gedaan en in de andere weinig tot niets. Soms legde men geen schuilloopgraven aan omdat men deze “muizenvallen” niet wilde. Constatering van een Tweede Kamerlid: “de toestand van de luchtbescherming is hopeloos”.

Schuilplaatsen in Gorinchem voor de Tweede Wereldoorlog.

In september 1939 waren er inmiddels model-schuilplaatsen aan de zuidzijde van de Grote Kerk geplaatst. Deze model-schuilplaatsen waren bedoeld voor de bevolking. Het plaatselijke metaalbedrijf “De Vries Robbé”, had ook schuilplaatsen ontwikkeld.

De Gorcumer, 11-09-1939.

Schuilplaatsen van “De Vrries Robbé”.

Uiteraard werd er ook voor geadverteerd.

Advertentie van “De Vries Robbé”.

Er is ook een artikel met foto’s van de bouw van een schuilplaats van “De Vries Robbé”.

Artikel in: Kerk, school en ziekenhuis, jaargang 13, 1939.

In 2021 is in Leiden een schuilplaats aangetroffen in de tuin van de Leidse natuurkundige Wander de Haas. Hier is mooi te zien hoe zo’n schuilplaats eruit zag. Zie: OmroepWest.nl

De Nederlandse vereniging voor Luchtbescherming legt uit wat mensen thuis moeten doen om branden te voorkomen. Belangrijkste is het leeg- of opruimen van zolders, zodat brandbare materialen zijn verwijderd. Dit in verband met de mogelijkheid van brandbommen.

De 5 Rivieren, 12-09-1939.

In september 1939 werden op de Kalkhaven schuilloopgraven aangelegd die plaats boden aan ongeveer 350 personen. De kosten daarvan waren fl. 3000,–. Omdat de gemeente daar niet veel geld aan wilde uitgeven, is er een uitgebreide briefwisseling met het Ministerie van Sociale Zaken. Dit resulteerde er in, dat de lonen, voor de aanleg gedaan, betaald konden worden met gebruikmaking van de werklozenzorg. Dit waren onoverdekte loopgraven, de Rijksluchtbeschemingsdienst ging er inmiddels vanuit dat bescherming tegen scherven en vallend puin op deze manier voldoende was. Hier kwam men in juni 1940 op terug en werd de aanleg van open schuillooppgraven ontraden. Over de uiteindelijke aanleg van een schuilloopgraaf aan het Melkpad zijn geen stukken aanwezig in het Regionaal Archief Gorinchem. In een brief van 19 augustus 1940 wordt alleen gesproken over schuilloopplaatsen op de Kalkhaven. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd er af en toe geschreven over een te bouwen schuilplaats aan het Melkpad. Er is wel een document van 16 juni 1945 over de sloop van een schuilkelder aan het Melkpad.

Nieuwsblad voor Gorinchem en Omstreken, 15-09-1939.

Situatietekening schuilloopgraven Kalkhaven.

Detail schuilloopgraven Kalkhaven.

Schuilloopgraaf Melkpad.

Ook wordt er geschreven over de aanleg van schuilloopgraven bij “Uitbreiding West”, maar er is niets bekend over een realisatie daarvan. Tevens werden er door de heren De Jonge en Van Arkel schuilloopgraven gemaakt aan de Grote Haarsekade, de Prins Bernhardstraat (de huidige Burgemeester Gaarlandtstraat) en de Nieuwe Hoven. Hiervoor gebruikte men ook materiaal dat klaar lag bij de in aanbouw zijnde “Nijverheidsschool”. De aannemer C. Boel meldde de vermissing van materialen bij de gemeente Gorinchem. Volgens de bouwers van de schuilloopgraven was door hen het materiaal teruggebracht, maar door bewoners uit de Prins Hendrikstraat, de Prinses Julianastraat en de Mollenburgseweg waren balen cement weggehaald voor de bouw van eigen loopgraven. De Jonge heeft deze bekeken en volgens hem was dat een wanordelijke boel. Na onderzoek door Gemeentewerken, kreeg de aannemer fl. 96.38 vergoed.

De NVL afdeling Gorinchem wilde in Gorinchem enkele modellen van schuilloopgraven inrichten in het plantsoen aan de Emmastraat, of op een andere door B en W aan te wijzen plaats. B en W stelde voor om hen daarvoor een bedrag van fl. 500,– toe te kennen.

Dat de schuilplaatsen door de jeugd op een ander manier werden gebruikt blijkt uit een oproep van de zojuist geïnstalleerde burgemeester Ridder van Rappard. Er werd ook een brief naar de scholen gestuurd om de leerlingen te laten waarschuwen.

De 5 Rivieren, 22-09-1939.

Maar dat hielp niet echt.

De 5 Rivieren, 28-09-1939.

Er werd ook geprobeerd de bevolking wakker te schudden met een gedicht over de luchtbescherming.

Nieuwsblad voor Gorinchem en Omstreken, 22-01-1940.

De vrouw van burgemeester Van Rappard was voorzitster van het “Korps vrouwelijke vrijwilligers” en daarvoor werd een propaganda-avond gehouden in januari 1940.

De Gorcumer 22-01-1940.

Schuilplaatsen in Gorinchem in de Tweede Wereldoorlog.

Nadat op 10 mei 1940 de Tweede Wereldoorlog ook in Nederland was uitgebroken waren er blijkbaar nog te weinig schuilloopgraven, gezien dit schrijven op 12 mei 1940 van burgemeester Ridder van Rappard.

Oproep burgemeester van Rappard.

In de tuin van de Doelen aan de Molenstraat werd op verzoek van bewoners van de Revetsteeg in de eerste oorlogsdagen een  schuilloopgraaf aangelegd. Op 10 juni vroeg de pachter van de Doelen, de heer O. Netze, of de gemeente deze weer dicht wilde gooien. De gemeente antwoordde per omgaande dat er inmiddels opdracht was gegeven om dit te doen.

Op 19 juli 1940 vroeg het hoofd van de Luchtbeschermingsdienst, de heet J. Nijemanting, aan de Hoofden van Dienst en de Vakleiders, om een inventarisatie te maken van schuilgelegenheden in panden en pakhuizen die betonzolders hadden of op een andere manier stevig genoeg waren. Onderstaand een overzicht van schuilgelegenheden in Gorinchem op 1 augustus 1940.

Overzicht schuilgelegenheden in 1940.

De bioscopen in Gorinchem, het Astatheater, het Roxytheater en De Doelen, mogen open blijven, maar moeten wel maatregelen treffen aan hun dakconstructies. De balkons moeten gesloten blijven.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog blijft het Hoofd van de Luchtbeschermingsdienst overleggen met de plaatselijke Duitse commandant over aan te leggen schuilplaatsen.

Op 29 april 1941 stelt de gemeentetraad een krediet beschikbaar voor de bouw van een schuilplaats in de tuin van het Ziekengasthuis in de Haarstraat.

Schuilplaats bij ziekengasthuis.

Voor diverse plaatsen waren in 1944 plannen voor overdekte schuilplaatsen, zoals: 3 schuilkelders voor elk 50 personen bij het NS-station; opnieuw inrichten schuillooplaatsen op Kalkhaven en het Melkpad; verder bij de Vijfde Uitgang, Dalemsedijk, Altenawal, Nonnenveld, Molenstraat, Schuttersgracht, Bastionplein (Wilhelminaplein), Kanselpoort, Nieuwe Walsteeg, Arkelpoort en Bagijnenwal;

Schuilplaatsen Zandvoort, Varkenmarkt en Melkpad. Nieuwsblad voor Gorinchem en Omstreken, 08-12-1944.

Voor de Lingewijk komen de Ambachtschool, Herman de Ruijterstraat en de boomgaard van Van Arkel in aanmerking; In uitbreiding West het terrein van Bijker’s Aannemingsbedrijf en het speelveld aan de Borneostraat.

Kosten van enkele schuilplaatsen.

Schuilplaatsen werden aangeduid met borden, ontworpen met “Deutsche Gründlichkeit“.

Bord wijzend naar schuilplaats.

Alleen van de schuilplaatsen links en rechts van de ingang van het Kazerneplein is zeker dat deze zijn gebouwd. Hiervan is een foto van kort na de oorlog en een sloopopdracht aanwezig.

Schuilplaatsen aan de Struisvogelstraat, ingang Kazerneplein in 1945.

Deze is waarschijnlijk van het type IV en bood plaats aan 50 personen.

Schuilplaats van Type IV.

Schuilplaats van Type IV, bovenaanzicht.

Na de Tweede Wereldoorlog werd snel opdracht gegeven tot de sloop van de schuilplaatsen aan de Kalkhaven en de Struisvogelstraat. Er schrijven diverse Gorinchemse bedrijven in.

Gunning sloop schuilplaatsen Kalkhaven en Struisvogelstraat. RAG Dossier 1741.

Het slopen wordt uitgevoerd door Vermeulen’s Bouwbedrijf uit de Korenbrugstraat, voor een aanneemsom van fl. 3500.-. De sloop van de schuilplaats aan het Melkpad gaat volgens de Directeur van Gemeentewerken ongeveer fl. 1500.- kosten. Uit die brief lijkt het zo dat dat door Gemeentewerken zelf wordt gedaan.

Schuilplaatsen in Gorinchem na de Tweede Wereldoorlog.

In de Keizerstraat bevond zich het militaire hospitaal, waarin toen ook het bureau van de Eerst Aanwezend Ingenieur was. Deze regelde alle onderhouds- en bouwactiviteiten in Gorinchem. In 1947 werd er in de tuin een schuilkelder gebouwd.

Schuilkelder bij militaire hospitaal.

Schets van schuilkelder Keizerstraat 24

Schrijver: Joop Kuijntjes
Onderzoek: Arie Saakes en Joop Kuijntjes
Redactie: Hugo Ouwerkerk en Guus Haandrikman

Linken naar websites met gegevens over bovenstaande onderwerpen:

Bronnen: