Schietvereniging Wirtz

Oprichting

In het voorjaar van 1866 dreigde er weer eens oorlog te komen in Europa. Daarom werd er in Nederland door diverse mensen gewezen op de treurige toestand waarin zich onze verdedigingsmiddelen bevonden. Zij spoorden de Nederlanders aan, om in navolging van Engeland, zelf door vrijwillige bewapening, in dit bekende gebrek aan strijdkrachten en oefening te voorzien. In Deventer en Utrecht ontstonden bijna gelijktijdig weerbaarheidsverenigingen. Men vroeg tevergeefs de medewerking van de Minister van Binnenlandse Zaken.
Ook in Gorinchem ontstond al snel, een schietvereniging met de naam “Wirtz” die werd opgericht op 09-07-1866, het was de zevende vereniging die in Nederland werd opgericht. De naam Wirtz is ontleend aan veldmaarschalk Wirtz die in 1672 succesvol Gorinchem en daarmee Holland heeft verdedigd tegen de aanvallende Fransen.
In het “Staatkundig en Staathuishoudkundig Jaarboekje” van 1868 wordt vermeld dat er in Nederland op dat moment 66 verenigingen zijn. Deze zijn verenigd in de Nederlandse Weerbaarheidsbond. In het Centraal Comité van deze bond neemt namens Wirtz Kapitein W.H. Doorman zitting.

Bestuur en leden

De beschermheer van de vereniging was Z.M. Koning Willem III.

Rotterdamsche Courant van 23-11-1866. Delpher.

Het bestuur bestond bij de oprichting uit:

  • Kapitein W.H. Doorman, president.
  • 2e luitenant der Schutterij A.F. van Renesse, vice-president.
  • 1e luitenant F.G.A. Scherer, secretaris
  • G. Ravenswaaij, thesaurier
  • 1e luitenant J.A.K.H.W. Vogel

Commissie van orde:

  • J. Norenburg
  • A. Stellenboom
  • G. Meulewerf

Volgens de adresboeken van Gorinchem zijn er in 1868, 150 en in 1870, 175 leden. De contributie was f. 2.50 voor buitengewone leden en f. 1.—voor gewone leden. De gewone leden dienen alle marsen en algemene oefeningen bij te wonen. Buitengewone leden kunnen deelnemen aan het pistoolschieten. Verder worden er in de winter avonden gewijd aan het bespreken van krijgskundige onderwerpen.

Inrichting schietbaan

Dat de vereniging al snel bekend was blijkt uit een vraag van de gemeente Gorinchem naar aanleiding van een vraag uit Dordrecht. Op 18 september 1866 wordt door de gemeente Dordrecht gevraagd of de gemeente Gorinchem aan kan geven hoe de schietbaan is ingericht, wat daarvoor vereist is en wat de kosten daarvan zijn. De gemeente Gorinchem legt deze vraag voor aan de schietvereniging “Wirtz”. Zij geven binnen 2 dagen een uitgebreid antwoord aan de gemeente Gorinchem, waardoor goed duidelijk wordt hoe alles ingericht was. Waar de schietbaan lag, staat er niet bij en ook in de geraadpleegde documenten staat het niet vermeld. Maar in de advertentie over de verkoop na de opheffing staat aan de Wal, [tegen]over het Visscherlaantje aan Bastion 9. Daar stond hun keet, en uit de volgende aantekening is aan te nemen dat de schietbaan op die plek was. In het deel 1-2 van het garnizoensboek, staat een aantekening in 1841 over het in gereedheid brengen van een emplacement op de buitenberm van het front 9-10 te Gorinchem, tot het schieten naar de schijf. Zie ook het artikel over de schietbaan.
Hieronder de volledige transcriptie van hun antwoord, met enkele afbeeldingen uit dat antwoord.

Gorinchem 22 september 1866:

In antwoord op uwe missive van 20 september jongstleden, heb ik het genoegen U de volgende inlichtingen te geven, terwijl ik meteen de vrijheid neem de jeugdige schietvereniging van burgers en officieren die in ons land op voor haar zo geheel vreemde bodem moet trachten te ontwikkelen in uwe bescherming aan te bevelen. Was getekend: W. Doorman

Gorinchem, Schietvereniging Wirtz.

Algemene leiding, bestuur.

Het bestuur bestaat uit 5 leden, waarvan een president, een vice-president, een secretaris en een thesaurier [penningmeester] is.
(Een lid tenminste moet volkomen bekend zijn met behandeling, uitwerking en trefkans van het getrokken infanteriegeweer. Desnoods zou een bestuur zich kunnen redden met een of twee gedetacheerde onderofficieren de infanterie).

Het schietterrein is open (onbedekte vlakte), (minstens) lang 100 Ned. ellen. [el is 1 meter]
De schutters vuren door een 2 el diep en 3 el breed schietgat ingesneden in een dikke aarden borstwering. Door de wanden van dit schietgat ontstaat altijd enige veiligheid bij het bij ongeluk afgaan van een niet op de schijf gericht geweer. (Hetzelfde is te verkrijgen door twee aarden opwerpingen vóór rechts en links van de standplaats des schutters).
De schijf staat voor een kogelvanger bestaande uit een aardophoping (waarvan de afmetingen afhankelijk zijn van de veiligheid van het terrein; in Gorcum staat de kogelvanger op de berm der gracht en vormt de hoge aarden borstwering achter de kogelvanger en langs de gehele linkerzijde van het schietterrein als het ware een tweede grote kogelvanger. Tot veiligheid van het terrein zou men bij “Q” een aardopwerping kunnen maken).
Voor en op enige afstand opzij van de kogelvanger is de observatiepost “P”, lang 3 Ned. ellen, dik en hoog 2 Ned. ellen.
In de observatiepost “P” zijn 2 man, waarvan een (een vertrouwd persoon) een rode seinvlag na elk schot in de hand neemt, daarmee wijst waar het schot gevallen is, en zijn vlag zolang toont, tot de ander het geschoten gat in de schijf met papier beplakt heeft en weer in de observatiepost is. Hiertoe zijn daar een groot aantal vierkante stukjes wit en zwart papier en een pot stijfsel.

Schets van schietbaan.

Uitsnede uit bovenstaande schets.

De schijf heeft 1 meter breedte en is 1,8 meter hoog en bestaat uit een rechthoekig ijzeren raam met 2 ijzeren dwarsstangen. De lange zijden moeten 2 palmen [palm is 10 centimeter]  beneden de onderste korte zijden uitsteken en puntig uitlopen. De beide dwarsstangen worden op 0,5 el afstand van de korte zijden aangebracht; aan de onderste is een oog. Een ijzeren stang ter lengte van 1,2 el aan het ene einde voorzien van een haak en op 2 palm van het ondereinde van een dwarsstaafje van 0,15 el lengte, dient om de stand der schijf beter te verzekeren. Het raam, de stangen en het steunijzer zijn naar de voorzijde der schijf bijgescherpt. Als de schijf geplaatst is, wordt de haak in het oog gebracht en het steunijzer op gepaste afstand in de grond gedrukt. Het ijzeren raam wordt met linnen bekleed, waarover wit papier wordt geplakt. Er zijn cirkels op getrokken, waarvan de grootste de breedte der schijf tot middellijn heeft. De oppervlakte der kleinste cirkel is wit, die der beide volgende zwart; de rest blijft wit.

Constructie van de schietschijf.

Verder zijn benodigd een dozijn getrokken geweren (waarvan 100000 in ’s lands magazijnen rusten). Een à 2 man maken die geweren na de oefening schoon onder toezicht van een sergeant. Patronen zullen in het volgende jaar volgens ministerieële aanschrijving van augustus 1865 no. 77P kosteloos aan de schietvereniging verstrekt worden.
Geheel aangemaakte patronen zijn bovendien zowel al modelkruit, kogels, patroonpapier en slaghoedjes te bekomen bij de vuurwerker Leeuwenberg te Delft. Ieder patroon kost ongeveer 2 cent, zodat 100 patronen, het minimum voor een schutter per jaar om enige bedrevenheid te verlangen ± 2 gulden kosten.

Verder wordt vereist:

  • Een geweerrek voor een 12 geweren (zij worden door een korporaal geladen);
  • Een register, waarin de secretaris de gedane schoten aantekent.;
  • Een soort van loods bij regenachtig weer.

Kan men een 2de schietbaan inrichten voor grotere afstanden, dan kunnen de beste schutters, die volgens het register aan de bepalingen van overgang voldoen (bijv. 5 raakschoten, waarvan 3 in ’t zwart op 100 el) daar schieten. Heeft men één lange schietbaan kan op dezelfde wijze gehandeld worden.
Die voor het eerst schieten vuren in de beginne (een deel de oefening) met slaghoedjes op aangestoken waskaarsjes op 1,5 el van de tromp [voorkant loop] geplaatst.
Deze oefening is onontbeerlijk om goede schutters te vormen; hij leert aftrekken zonder rukken. Het goed tegen de schouder aandrukken met de linkerhand, het stilhouden van het lichaam, waarvan alleen de rechter wijsvinger zacht de trekker achterwaarts beweegt, het goed openhouden zonder knipperen van het rechter en het dichthouden van het linkeroog wordt gelijktijdig beoefend. Om te leren richten wordt bij de Infanterie een richtblok gebruikt waarop het geweer gelegd wordt, doch enige beweging daarvan toelaat, terwijl dan op enige afstand schijfbeeldjes worden opgehangen.

De oefeningen zijn verder:

Het laden, kennis samenstel geweer, schoonmaken, verschillende wijze van dragen, stilstaande in het gelid en op mars, het vaardig maken, aanleggen en aftrekken.

De contributie is gedurende de maanden waarin geschoten wordt 50 cent ’s maands.
’s Winters is de contributie 25 cent.
Dan worden de leden geoefend in het bajonetschermen, en schermen met sabel en fleuret.
Het doel is later de leden te oefenen in velddienst en het tirailleren, en verder het vormen van nevenverenigingen onder de leiding der reeds nu geoefende schutters.

Model voor 4 schietbanen. een rechthoekig terrein van 100 el en 30 breed, met een muur omringd. Tegen de korte zijde “ab” 4 aarden kogelvangers, waarvoor 4 ijzeren schijven, zodanig ingericht (als bijv. te Arnhem) dat het geschoten nummer door mechanische werking vanzelf aangewezen wordt. In het midden van de lengte een poort met 4 openingen zodat in verband met de eveneens bedekte schietstanden 1,2,3 en 4 het terrein buiten de bemuurde ruimte geheel gedefileerd is (dat is voor kogels veilig).

Model voor 4 schietbanen.

Het bestuur (de heren Doorman, van Renesse, Ravenswaay, Vogel en Scherer) verklaart tenslotte zich volkomen bereid steeds meerdere inlichtingen, des gevonden hulp te verlenen.

Voor reglement wordt verwezen naar de Arnhemse Courant van 22 september 1866.

Was getekend: Doorman Kap. Kommandant der tirailleur komp. te Gorcum.

Reglement uit Arnhemse Courant van 22-09-1866. Delpher.

Uniform

In het “Jaarboekje voor de Nederlandsche Vereenigingen tot vrijwillige oefening in den wapenhandel” uit 1869 staat hoe me eruit zag.

Jaarboekje Neerlands Weerbaarheid, 1869. Google.

Jaarverslagen

Er worden jaarverslagen ingeleverd bij de gemeente Gorinchem, niet alle jaren zijn aanwezig.  Het verslag van 1869 is wel ingeleverd en daarna door de gemeente gedrukt, maar is niet bewaard gebleven. In deze verslagen staat wat de activiteiten in het voorgaande jaar waren:

1868
Tweemaal in de week, op woensdag en zaterdag, kwam men samen op de schietbaan om zich te oefenen in het schijfschieten. Door 76 schutters zijn 8231 geschoten patronen genoteerd, terwijl er waarschijnlijk nog meer dan 4000 niet zijn genoteerd. Deze patronen, voor achterlaadgeweren, worden door de vereniging zelf vervaardigd volgens een uitvinding van kapitein Doorman. 

Militaire spectator van 01-02-1868. Delpher.

Er werden dat jaar twee wedstrijden gehouden, 1 voor leden en 1 die ook voor niet leden opengesteld was. Er waren geen exercities en schermoefeningen, door financiële bezwaren, maar men vond het ook minder nuttig. Door wijzigingen in het garnizoen in Gorinchem vertrokken kapitein Doorman en 1e luitenant Vogel. Doorman kreeg, na de schietwedstrijd van 28 maart, namens de leden een eresabel uitgereikt waarvoor Z.M de Koning hem vergunning verleende om deze te dragen. Vogel kreeg een erediploma en een aandenken ter hand gesteld.

Nieuwe Rotterdamsche Courant van 02-04-1868. Delpher.

In het najaar werd het bestuur uitgebreid met 3 leden en werd kapitein H. Sasburg de nieuwe voorzitter. Het ledental bedraagt 140. Naast schietoefeningen worden er ook bijeenkomsten gehouden, met voordrachten over het nut van de weerbaarheid van Nederland.

1871
Het aantal leden is ongeveer gelijk gebleven. Door 50 schutters zijn er 6204 schoten gelost, op afstanden van 200, 300 en 600 passen. In verband met onveiligheid werd de schietbaan tussen 24 juni en 23 september door de Garnizoens-commandant gesloten. Ondanks dat daardoor de geoefendheid minder was behaalde men toch prijzen op het concours in Delfshaven. Men wilde graag nieuwe geweren van Remington kopen, omdat de oude Boom-geweren, ontwerp van kapitein Boom, toen chef van ‘s-Rijks geweerwinkel in Delft, versleten waren.

Voorbeeld van een Remington-geweer. Wikipedia.

1872
Er werden oefeningen gehouden op 150,200, 300 en 600 passen, de laatste twee zijn op de schietbaan moeilijker uitvoerbaar. Door 51 schutters werden er 6690 schoten gelost. Het ledental was ongeveer 200. Bij wedstrijden op de Wiesselse heide (zie verder), heeft men de eerste korpsprijs gewonnen, Deze prijs, uitgeloofd door de Koning, bestond uit 20 Remington-geweren (zie hierboven), een kalibreermachine en 1200 hulzen.

1873
Er komen steeds minder schutters naar de oefeningen, nu tussen de 15 en 20 personen, van de 94 leden. Dit komt doordat men alleen op korte afstand kan schieten. Er werden 3434 schoten gelost, met de nieuwe Remington-geweren. In het begin van het jaar werd er op de afstand 100 à 600 passen geschoten. Door onveiligheid van de schietbaan was dat vanaf 26 maart alleen nog maar mogelijk op 150 passen. Daarom ziet men met verlangen uit naar de vergunning om op langere afstanden te schieten. Men is van mening dat de onveiligheid niet door de scherpschutters ontstaat, maar door het snelvuren van de Infanterie. In de najaarsvergadering is de heer Sasburg afgetreden en werd A.H. van Tienhoven de nieuwe voorzitter.

1874
Er zijn iets meer leden, 120, en er komen ook iets meer schutters, 38. Zie vuren 5270 schoten af, maar alleen op 150 passen. Men geeft weer aan dat als men alleen op deze afstand kan schieten, de animo steeds kleiner zal worden. Tot aan juni werd er geschoten met der eerder genoemde Remington-geweren. Echter het bleek dat deze niet betrouwbaar waren en heeft men Beaumont-geweren aangekocht of in leen van het Garnizoen.

Beuamont-geweer. Wikipedia. (Legermuseum Delft)

1875
Men geeft nog steeds aan dat doordat men alleen op 150 passen kan oefenen er de laatste 2 jaar weinig tot geen veranderingen in de vereniging zijn, het ledental is nu 145. Er zijn maar ong. 600 schoten afgevuurd. Er is wel een succesvolle wedstijd met 50 schutters gehouden.

1876
De jaarverslagen van het begin bestonden steeds uit 4 vellen, maar in 1876 is dat nog maar anderhalf. Er gebeurt steeds minder.

1877
Nu nog maar 1 vel. Inmiddels zijn de voorzitter en secretaris uit Gorinchem vertrokken en heeft de penningmeester zijn functie beschikbaar gesteld.

1878
Het ledental is flink teruggelopen, men vermeldt geen aantal. De schietoefeningen worden steeds minder bezocht, daarom zijn er in de wintermaanden geen oefeningen. Er is nog wel een wedstrijd geweest, met goede schutters, maar men vreest voor het voortbestaan van de vereniging.

1879
In maart 1880 maant de gemeente de vereniging tot het insturen van een jaarverslag. Er is hierop geen reactie aangetroffen. Zie verder onder opheffing.

Huishoudelijk Concours

Tussen 1866 en 1878 werden er regelmatig wedstrijden voor leden gehouden. In 1870 blijken de spanningen in Europa erg hoog, want ook niet leden worden uitgenodigd om mee te doen met de schietwedstrijden. Onderstaand de aankondiging en het verslag van 1871. Door diverse personen worden er prijzen beschikbaar gesteld, door Z.M de Koning worden een “cylinder horlogie à remontoir” en een gouden horlogeketting beschikbaar gesteld.

Nieuwe Gorinchemse Courant van 25 en 28-10-1871. RAG.

Verder werden er schermwedstrijden gehouden. Op 19 februari 1867 werd er, na een parade, in de Willemskazerne een assout gehouden. Enkele leden werden tot prevôts bevorderd [rang bij het schermen].

Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage van 26-02-1867. Delpher.

In september 1867 werd er een spiegelgevecht [schijngevecht], gehouden, men nam, samen met de Schutterij, deel aan een oefening van het bataljon van het 3e regiment Infanterie.

Opregte Haarlemsche Courant van 30-09-1867. Delpher.

Nationale concoursen

Door leden van Wirtz werd tussen 1868 en 1879 ook succesvol deelgenomen aan nationale concoursen. Vermeld staat dat men de vierde vaandelprijs heeft gewonnen, maar hiermee wordt  bedoeld de eerste korpsprijs (zie onder verslagen). Men werd met veel vertoon en een optocht door de stad ontvangen waarna men afsloot in De Doelen in de Molenstraat.

Nieuwe Gorinchemse Courant van 14 en 21-11-1872. RAG.

Optochten

In 1869 werd er een vaandel aan de vereniging uitgereikt.

Nieuwe Rotterdamsche Courant van 27-10-1869. Delpher.

Op 19 februari 1871 willen enkele leden met het vaandel in een optocht meelopen in verband met de verjaardag van de Koning. Het bestuur stelt als voorwaarde dat de deelnemers ook aan oefeningen mee moeten doen. Aangezien bij de oefeningen een te lage opkomst was wil het bestuur deelname beletten. Daarom stuurt men een brief aan de gemeente om het vaandel niet mee te geven.

Gemeentebestuur Gorinchem, Hoofdsuk 31, Rubriek 48, nummer 217.

Op 1 april 1872 is er een nationale viering van de inname van Den Briel in 1572. Enkele leden willen met het vaandel meedoen. Omdat het bestuur geen actie onderneemt vragen zij dit via een advertentie in de krant aan andere leden.

Nieuwe Gorinchemse Courant van 27-03-1872. RAG.

In 1874 riep het bestuur toch op om mee te doen met een optocht.

Nieuwe Gorinchems Courant van 27-03-1874. RAG.

Dat het niet altijd veilig ging valt te lezen in de Nieuwe Gorinchemse Courant van 29-03-1873. Hierin staat dat het door schijfschieten van militairen komt. Maar in de Schoonhovensche Courant wordt alleen Wirtz genoemd. Dit wordt een week later door de vereniging Wirtz weerlegd.

Nieuwe Gorinchemsche Courant van 29-03-1873. RAG.

Schoonhovensche courant van 30-03-1873.

Nieuwe Gorinchemsche Courant van 09-04-1873. RAG.

Einde vereniging

In 1880 houdt de vereniging op te bestaan. Alle bezittingen worden via een veiling verkocht. In het kasboek is te zien dat er de laatste jaren niet veel activiteiten zijn, De jaren 1878 tot en met 1880 staan op 1 pagina.

Nieuwe Gorinchemsche Courant van 10-04-1880. RAG.

Overzicht verkoping 13-04-1880. RAG Inv.157.

Er werden 27 geweren verkocht, of deze nog in Gorinchem aanwezig zijn is onbekend.

Schrijver: Joop Kuijntjes

Werkgroep Vesting Gorinchem.
Onderdeel van de Historische Vereniging Oud-Gorcum.

Bronnen: