De vesting Gorinchem en Napoleon

Napoleon Bonaparte Wikimedia Commons Public Domain

Napoleon Bonaparte Wikimedia Commons Public Domain
Voorwoord
Dit document is gemaakt door Hugo Ouwerkerk op basis van de brieven van Napoleon in de BIBLIOTHÈQUE NATIONALE DE FRANCE.
Dit document mag door iedereen worden gekopieerd direct vanaf de internetsite of als download in .pdf. Echter uitsluitend voor eigen gebruik en niet voor commerciële doeleinden.
Hierbij dient men in elk geval wel de bij de afbeeldingen vermelde kopieerrechten of gebruiksvoorwaarden na te komen.
© P.H. Ouwerkerk, 1-9-2019 te Gorinchem
Inleiding
Napoleon is kort op bezoek geweest in Gorinchem, maar heeft Gorinchem en omgeving wel goed in zich op genomen. Hoewel hij de vesting Gorinchem “een klein fort” noemde, blijkt de vesting Gorinchem en omgeving toch grote indruk op hem te hebben gemaakt. Gorinchem wordt dan ook vaak genoemd in zijn brieven, waarin hij het in het begin één keer als Gorinchem en één keer als Gorkum heeft geschreven, maar verder consequent de schrijfwijze Gorcum gebruikt.
In 1810 lijft Napoleon het Koninkrijk Holland in bij zijn Franse Keizerrijk en uit zijn brieven blijkt, dat hij eerst druk bezig was met de zorg van het in de Franse legerorganisatie opnemen van het Hollandse leger en de marine.
Daarvoor al en tussendoor ook, was hij druk doende met het verbeteren van de Hollandse kustverdediging, eerst vooral betreffende de verdediging van de Westerschelde en andere zeegaten in de provincie Zeeland, maar na de inlijving ook met de beveiliging van de marinehaven bij Helder (Den Helder) en het zeegat tussen Helder en Texel.
Gorinchem wordt altijd genoemd, in brieven, die over militaire zaken gaan. Dus dat betreft bijna alle hieronder behandelde brieven. Dat zou een indruk kunnen geven, dat Napoleon alleen maar met zijn militaire passie bezig was. Echter Napoleon heeft ook veel brieven over hele andere zaken geschreven, die hier dus buiten beschouwing blijven.

De brieven van Napoleon zijn destijds in druk verschenen en openbaar gemaakt door koning Napoleon 3. De brieven bevinden zich in de BIBLIOTHÈQUE NATIONALE DE FRANCE en kunnen op afstand ingezien en doorzocht worden in de digitale bibliotheek Gallica.
Elke brief waarin Gorinchem (Gorcum) is genoemd wordt hier behandeld. Bij een lange brief wordt de strekking hiervan gegeven. Soms wordt alleen het deel wat betrekking heeft op Gorinchem er uitgelicht en in andere gevallen wordt tussen aanhalingstekens weergegeven wat Napoleon geschreven heeft. Het betreft een vertaling uit het Frans, via een vertaalprogramma, echter vertaalfouten verbeterd naar de intentie van de brief.
Elke brief begint met een nummer en een datum.
Verder worden de brieven verlevendigd met afbeeldingen van de locatie waar Napoleon zich bevond tijdens het schrijven van de brief, afbeeldingen van de personen aan wie hij schrijft, de personen die hij in de brief noemt en de plattegronden van vestingen, die hij in zijn brief noemt.
In plaats van op de ze internet site te lezen, kunt u dit document ook downloaden als .pdf document. Download document: De vesting Gorinchem en Napoleon
Echter de vestingplattegronden zijn op deze internet site in meer detail te bekijken, dan in het .pdf document.
DE VESTINGPLATTEGRONDEN ZIJN MEESTAL IN HOGE RESOLUTIE, DUS MET MUISKLIKKEN OP DE PLATTEGROND KUNT U DEZE VERGROTEN EN IN DETAIL BEKIJKEN!
Ik begin in de gigantische hoeveelheid brieven van Napoleon, daar waar Gorinchem voor eerst wordt genoemd. In deze brief neemt Napoleon de verdediging van de oost- en zuidgrens van het nieuwe deel van zijn rijk in ogenschouw. Hij bekijkt dat dan wel in hele grote strategische lijnen en als een soort hypothese in geval het Franse leger uit het oosten en noorden zou moeten terugtrekken.
Dat was een vooruitziende blik, want in 1810 was daar nog helemaal geen aanleiding toe, Echter eind 1813 was deze terugtocht inderdaad het geval.
De brieven
16929-notitie voor generaal Bertrand,

Henri-Gratien, comte Bertrand 1773 – 1844. By Paul Delaroche – Château de Versailles. Public Domain, Wikimedia Commons.

Saint-Cloud 19 september 1810.

Het kasteel van Saint-Cloud,bij Parijs was het voormalig koninklijk paleis en de residentie van Napoleon. Saint-Cloud ligt iets ten westen van Parijs, echter het kasteel is in 1870 afgebrand. Wikimedia Commons Public Domain.

In deze brief schrijft Napoleon dat van Basel tot Wesel de grensverdediging bekend was, dus alleen het nieuwe deel moest beschouwd worden (Holland en een deel van Duitsland), vertegenwoordigd door de vestingen Schenkenschans, Grave, “Gorinchem of Gorkum” en daaronder nog ’s-Hertogenbosch, Geertruidenberg en Breda.
Hierbij merkt hij op dat het “kleine fort” Gorinchem een handig bruggenhoofd is aan de noordzijde van Merwede en dat het mooi zou zijn om nog een tweede vesting aan zuidzijde van de Lek te hebben om communicatie te houden met Holland en Amsterdam. Hij dacht aan de lijn Geertruidenberg, Gorinchem naar Schoonhoven, maar schrijft niet te weten hoe sterk Schoonhoven is. Hij was zich schijnbaar nog niet bewust van Nieuwpoort.

Het “kleine fort” Gorcum in 1813. Regionaal Archief Gorinchem.

Hij filosofeerde dat bij het eventueel terugtrekken van zijn leger uit het noorden en oosten, Antwerpen en Maastricht ankerpunten zouden worden, waarbij uiteindelijk de twee vijandelijke legers (hij bedoeld waarschijnlijk Engelsen en Pruissen) vanzelf samen zouden komen tussen Brussel en Luik (alwaar dan slag geleverd zou moeten worden).
Verder filosoferend over de eerste verdediging, zou dat de lijn Wesel – Coevorden zijn en dan Coevorden – Groningen. Daarna de lijn aansluitend op de Rijn, gevormd door de IJssel, steunend op de vestingen Schenkenschans, Zutphen en Deventer.
Tot zo ver deze brief.
Wat betreft het “kleine fort” Gorinchem:
Gorinchem was wel de grootste vestingstad in de Waterlinie (hoewel Naarden al over meer uitgebreide vestingwerken beschikte), maar daarbuiten waren er natuurlijk wel grotere vestingen, met nog veel meer uitgebreide vestingwerken en gedetacheerde forten, zoals Groningen, Amsterdam, Bergen op Zoom, ’s-Hertogenbosch, Maastricht e.d. Om nog maar niet te spreken over vestingen in het buitenland. Dus voor Napoleon, die de grote vestingsteden in Frankrijk, Italië, Spanje, Oostenrijk en Duitsland kende was Gorinchem klein. Hoewel de forten, die hij zelf liet bouwen veel kleiner waren, maar dat waren dan ook over het algemeen puur militaire werken.

De voormalige vesting Coevorden. Maquette Stedelijk Museum Coevorden. Wikimedia Commons, foto:Onderwijsgek

17449.- AAN GENERAAL CLARKE, HERTOG VAN FELTRE, MINISTER VAN OORLOG, IN PARIJS,
Parijs, 10 maart 1811.

Generaal Clarcke, Duc de Feltre, minister van Oorlog. Wikimedia Commons Public Domain.

Deze brief is een reactie op een brief van generaal Molitor, die klaarblijkelijk naar Holland is gestuurd, maar bezwaren heeft gemaakt.
Napoleon schrijft o.a.: “Generaal Molitor’s brief lijkt me belachelijk. Getuig aan hem mijn verrassing van zijn angsten; schrijf hem dat er geen rivieren zijn die hem van Frankrijk scheiden en dat hij niets te vrezen heeft van de Engelsen; dat de Nederlandse troepen erg goed zijn ….”.
Verder schrijft hij dat zijn verbinding met Frankrijk altijd via Gorcum loopt. Hij wil ook weten wie de voorraden artillerie naar Dordrecht heeft gestuurd. Hij schrijft dat Dordrecht een handelsvoorradenplaats is. De juiste plaats, waar de artillerievoorraden heen moeten is Gorcum.

Général Gabriel Jean Joseph Molitor (1770 – 1849). Wikimedia Commons Public Domain.

17712-AAN GENERAAL CLARKE, HERTOG VAN FELTRE, MINISTER VAN OORLOG, IN PARIJS.
Saint-Cloud, 11 mei 1811.
In deze brief maakt Napoleon zich zorgen over Bergen op Zoom, want er zijn hem klachten over die plaats ter ore gekomen. Er schijnt niet goed op de voorraad kogels en buskruit te worden gelet. Hij wil dat generaal Bizanet er heen gaat om dat te controleren. Ook schijnen er 3 compagnieën van een Pruisisch regiment daar gelegerd te zijn, waarvan er 100 zijn gedeserteerd in de laatste maand. Het schijnt dat het vertrek uit het depot Gorcum hen hiertoe heeft aangezet.

Generaal Guilin Laurent Bizanet (1755 – 1836). Wikimedia Commons. By Pingou45 – Own work, CC BY-SA 4.0.

De voormalige vesting Bergen op Zoom in 1747. Wikimedia Commons Public Domain

18009-AAN GENERAAL CLARKE, DUKE VAN FELTRE, MINISTER VAN DE OORLOG, IN PARIJS.
Rambouillet, 9 augustus 1811.

Château de Rambouillet, 46 km ten zuidwesten van Parijs was het buitenverblijf van Napoleon. Foto: Christophe Jacquet. Wikimedia Commons Creative Commons Attribution-Share Alike 2.5 Generic

Napoleon beklaagd zich over het feit dat zijn bevelen niet worden opgevolgd en beveelt (volgens hem nu voor de 10e keer), dat er bataljons van het eiland Schouwen in Zeeland naar Duitsland gestuurd moeten worden. Onder allerlei voorwendselen was dat nog steeds niet gebeurd.
Hij is bang dat ze in Zeeland aan de Zeeuwse koorts bezwijken. Ze moeten nu binnen 24 uur vertrekken, of zo nu wel of niet gekleed zijn, want hij heeft liever dat er een paar onderweg creperen dan dat er veel meer door de Zeeuws koorts worden geveld. Het 1e, 2e en 3e bataljon van het regiment op Walcheren moet gelijk vertrekken, voorzien van een kader van 40 man, naar Gorcum en vandaar naar het observatiekorps van de Elbe.
De Zeeuwse koorts was een soort malaria. Van de 40.000 Engelse soldaten die in 1809 tijdens de Walcherenexpeditie Zeeland binnenvielen om Napoleon Bonaparte zo in de rug aan te vallen en om Antwerpen te bedreigen, waren er binnen enkele weken al 13.000 door deze ziekte geveld. Er stierven ca. 4000 Engelsen aan de Zeeuwse koorts.

Vanuit Vlissingen worden zieke Engelse soldaten afgevoerd. Wikimedia Commons Public Domain

NAPOLEON IN GORCUM
Napoleon heeft drie brieven geschreven tijdens zijn verblijf in Gorcum.
Hieruit blijkt, dat na zijn militaire inspectietocht over de vestingwal van Gorcum en het geven van aanwijzingen ter verbetering van de vesting, Napoleon met hele andere zaken bezig was:

Napoleon werd op deze tocht vergezeld door zijn vrouw keizerin Marie Louise die (na hem) hier met veel vertoon de overtocht naar Gorcum maakt. Regionaal Archief Dordrecht.

18163-AAN DE COUNT BIGOT DE PREAMENEU, MINISTER VAN CULTES, IN PARIJS.

Félix Julien Jean Bigot de Préameneu (1747 – 1825), één van de grondleggers van de Napoleontische nieuwe wetgeving in het Franse Keizerrijk, welke in veel landen de basis werd voor hun latere wetgeving. Tevens werd hij onder Napoleon minister van religie. Bron: Album du Centenaire ; Grands hommes et grands faits de la Révolution française (1789-1804), 1898, Parijs. Wikimedia Commons, foto door gebruiker : Havang(nl) geplaatst, Publiek Domein.

Gorcum, 6 oktober 1811.
Deze brief betreft Napoleons conflict met paus Pius VII.
Napoleon had op 6 juli 1807 de Paus gevangen laten zetten en probeerde daarna zonder de paus de kerk te regeren. Echter de kerkelijke regels voorzagen dat de paus voor allerlei zaken toestemming moest verlenen o.a. betreffende de aanstelling van bisschoppen. In deze brief schrijft hij, dat de bisschoppen vanuit Parijs naar hun bisdommen in het rijk gestuurd moeten worden met of zonder hun aanstellingen, welke hij hier “bullen” noemt. Hij schrijft ook dat hij niet meer zal communiceren met het door hem aangestelde, maar door de kerkvoorschriften onmachtige Nationaal Concilie, totdat zij gezorgd hebben dat alle bisschoppen hun aanstelling krijgen.

Paus Pius VII. Wikimedia Commons Public Domain / The Royal Collection Trust.

18164- AAN GENERAAL CLARKE, DUKE VAN FELTRE, MINISTER VAN OORLOG, IN PARIJS.
Gorcum, 6 oktober 181 1.
Napoleon schrijft:
“Na een bezoek aan Nederland, ben ik van plan om naar Wesel, Venlo en Jülich te gaan om deze plaatsen te bezoeken. Geef bevelen aan de directeuren van techniek en artillerie om daar te zijn”.

De voormalige vesting Venlo met het fort St. Michiel in 1728. Nationaal Archief 4.VTHR

De voormalige vesting Jülich ca. 1800. Wikimedia Commons Public Domain, bron: Bibliothek Nationale Paris Ge.C. 10180 (33)

18165.-VICE-AMIRAAL DER LAGE LANDEN, MINISTER VAN DE MARINE, IN GORCUM.

Admiraal Carel Hendrik graaf Verhuell 1764 – 1845. Joconde database: entry 000PE009482, Publiek domein, Wikimedia Commons

Schijbaar verbleef Verhuell op dat moment even in Gorcum.
Gorcum, 6 oktober 1811.
Napoleon schrijft:
“Ik stuur je een brief van generaal Berthier”.

Louis-Alexandre Berthier, Prince de Neufchâtel et de Wagram, maréchal de France (1753-1815). Wikimedia Commons Public Domain.

“Je zult zien wat hij zegt over de exploitatie van het bos van Soccia. Het lijkt mij zinloos om deze masten naar Sagone te laten drijven. Dit idee is belachelijk; het zou beter zijn om ze per binnenschip op Ajaccio te sturen. Het valt nog te bezien hoeveel belang de marine hecht aan bomen van deze lengte”.
Die vice admiraal en minister van marine was dus Carel Hendrik graaf Verhuell, een Hollander en van origine een orangist, maar nu een trouw dienaar van Napoleon, klaarblijkelijk moest de voorheen Bataafse marine, nu onderdeel van de Franse marine, worden uitgebreid en waren er masten nodig voor nieuw te bouwen schepen. Er waren dus twijfels over zijn voorgestelde methode van afdrijven en de noodzaak voor deze lange bomen.

Een houtvlot. Wikimedia Commons Public Domain.

In die tijd was het (ook in andere landen) gebruikelijk om gekapt hout uit bijvoorbeeld het Zwarte Woud de rivier af te laten drijven. Dat hout werd dan in Dordrecht verhandeld. Die vlotten konden heel groot zijn en soms was er een verblijfsruimte op getimmerd voor de bemanning.

18192- AAN GENERAAL CLARKE, DUKE VAN FELTRE, MINISTER VAN OORLOG, IN PARIJS.
Amsterdam, 9 oktober 1811.

De voormalige vesting Amsterdam in 1770. Door Jan Mol en Compagnie University of Amsterdam Library. Wikimedia Commons, herkomst Koninklijke Bibliotheek. Public Domain.

In de Franse tijd (dus nog niet aangegeven op deze kaart) had inmiddels Kraijenhoff al een aantal voorposten op afstand rond de stad laten maken en een inundatiesysteem, de voorloper van de Stelling van Amsterdam.
Napoleon schrijft:
“Mijn opdrachten voor Holland worden niet uitgevoerd. Er is nu overal artillerie, wapens en buskruit. Ik wil alleen de artillerie die nodig is voor de verdediging van de kusten en de plaatsen Helder, Hellevoetsluis, Brielle, Gorcum en Naarden. Door in Naarden een oorlogsvoorraad van tweeënzeventig kanonnen in reserve te plaatsen, kan de linie van Amsterdam of een andere linie worden bewapend in geval van een evenement. Ik wil een geweerkamer van 20.000 geweren in Naarden plaatsen”.

Het Arsenaal te Naarden (de aangewezen plaats om de 20.000 geweren op te slaan). Wikimedia Commons Public Domain.

“U hebt de wapens naar Delfzijl verplaatst: ik wil niets in Delfzijl; alles naar Naarden, wat een zeer goede plaats is. Naarden is de sleutel tot de Rijn en Amsterdam, door zijn ligging aan de Zuiderzee. Ik wil dat daar een voorraad geweren en wapens wordt opgeborgen. Ik denk dat er in Nederland 20.000 geweren nodig zijn om de bevolking (indien nodig) te bewapenen; maar deze 20.000 geweren moeten in Naarden blijven. Alleen ijzeren kanonnen mogen aan de kust worden geplaatst. Ik denk dat de marine er dertig kan geven, die ze niet kan gebruiken, omdat ze niet van ons kaliber zijn.
Deze zijn ook nutteloos voor plaatsen als Helder, Naarden, het eiland Goeree, Hellevoetsluis, Brielle, Gorcum en richting Amsterdam, ze moeten onmiddellijk verplaatst worden naar Antwerpen, waar alle middelen zijn om te voorzien in de onvoorziene behoeften van Holland, wat niet uit de bewapening van Naarden is te leveren”.

De vesting Naarden in de 18e eeuw. Nationaal Archief, 4.VTHR. Inventarisnummer 4641B.

18194- OPMERKING OVER DE DEFENSIE VAN HOLLAND.
Amsterdam, 23 oktober 1811.
In deze lange brief geeft Napoleon zijn zienswijze op de defensie van Nederland.
HOOFDSTUK I. – HELDER.
Napoleon vindt Helder (Den Helder) een heel belangrijk punt. Hij schreef, “wie Helder beheerst, is meester van de Zuiderzee”. Hij laat daar, ter verdediging van de landzijde, 3 grote nieuwe forten bouwen, verbetert het “Nieuwe Werk” (nu fort Westoever en fort Oostoever) en de kustbatterijen.

De stelling Den Helder met de Franse forten Morland (Kijkduin), Lasalle (Erfprins) het grootste fort van Nederland, l’Ecluse (Dirksz Admiraal en Dugommier (het Nieuwe Werk, zijnde fort Westoever en na het graven van het Noord-Hollands kanaal ook fort Oostoever). Foto Hugo Ouwerkerk.

Een bezoek aan de Stelling den Helder (minstens een lang weekend) is de moeite waard. Fortenbezoek regelen bij Stichting Stelling Den Helder via fort Kijkduin, Vesting aan Zee! Verder is de oude marinehaven en het Marinemuseum ook de moeite waard.
HOOFDSTUK II. – UITBREIDING VAN DE RIJNLIJN.
Napoleon schrijft: “de lijn van de Rijn is de lijn van het rijk. De bruggenhoofden van Huningue (bij Basel), Kehl , Kastel, Wesel en de vele andere plaatsen die we op deze lijn hebben, maken de grensverdediging formidabel. Dan vanuit uit Wesel via Coevorden en Groningen is onze lijn gebaseerd op Delfijl; maar deze uitgebreide lijn is zwak. De IJssel moet worden beschouwd als de tweede linie. Deze linie is nog steeds zwak; een derde is nodig, links op Naarden en rechts op Gorcum, die dan weer Nijmegen en Grave verbindt met Wesel”.
“Deze lijn dekt Amsterdam, Texel, Den Haag, Leiden, Rotterdam, de monding van de Maas, Hellevoetsluis, eigenlijk heel Holland. Alles wat rechts van deze lijn staat, is van weinig belang en wanneer dat land twee jaar in de macht van de vijand zou zijn, dan zou het worden gevonden zoals het was vóór de inval”.
“De lijn van Naarden naar Gorcum moet daarom worden beschouwd als de ware lijn van het rijk.
Die lijn moet goed worden herkend, goed getraceerd, geschikt om de overstromingen voor te bereiden en er moet voor gezorgd worden dat er modeltorens (Tour Modèles) die 50 mannen kunnen bevatten langs de dijken worden geplaatst. Ongeveer vijftig van deze torens, die als bewaking dienen en als geschutsbatterijen, kunnen deze verdedigingslinie perfect garanderen”.
“Een project voor Gorcum is aangevraagd; deze plaats moet worden beschouwd als een bruggenhoofd om van Frankrijk naar Holland te komen”.

Een project: Franse verbeteringsplannen aan de vesting Gorinchem. Plattegrond Nationaal Archief 4.OPV, bewerkt door Hugo Ouwerkerk.

Eén van de Franse ontwerpprojecten voor de westzijde van Gorcum, met o.a. een kleine Tour Modèlle no. 3. De bedekte weg heeft waarschijnlijk aan weerszijden een schuttersbanket. Het is daarmee een voor de hoofdwal uitstekend werk, wat naar weerszijden de gracht bestrijkt en wordt daarom Caponnière genoemd.

Een Tour Modèle no. 1 gebouwd in het Franse fort Fort Duquesne (later omgedoopt tot fort Frederik Hendrik) op Ooltgensplaat. Het fort is eind 19e eeuw gemoderniseerd. Foto: Hugo Ouwerkerk

“Wat betreft de dijken van Amsterdam, is het noodzakelijk om exacte plannen te maken. Het is ook nodig om een punt te bezetten tussen Amsterdam en Haarlem, om de vijand die eventueel uit de richting Helder komt te dwingen rond de zee van Haarlem (Haarlemmermeer) te gaan. De rest van de overstromingen zou nuttig zijn als de inwoners zich wilden verdedigen; de vijand zou veertien dagen worden uitgesteld en dat zou tijd geven om te vluchten. Het is noodzakelijk om het plan van deze overstromingen op grote schaal te hebben en dat de belangrijke punten daarop goed gemarkeerd en goed getekend zijn”.
HOOFDSTUK III. – TEXEL.
Hij geeft aan, dat er op Texel ook 4 forten moeten worden gebouwd en modeltorens op Vlieland en Terschelling.
HOOFDSTUK IV. – DE MOND VAN DE MAAS.
“Na Texel is de monding van de Maas het belangrijkste punt. Hellevoetsluis en Brielle zijn goede plaatsen die in goede staat moeten worden gehouden. Het eiland Goeree is van groot belang. Het is noodzakelijk om het werk van Ooltgensplaat te perfectioneren.
Holland is (vanuit het westen) onaantastbaar en gedekt door het eiland Goeree en de Helder”.

De vesting Brielle (Den Briel) 1743. Wikimedia Commons, door Tirion – Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, Publiek domein.

18223 – AAN GENERAAL CLARKE, HERTOG VAN FELTRE, MINISTER VAN OORLOG, IN PARIJS.
Wesel, 1 november 1811.

De voormalige vesting Wesel in 1727. © SLUB / Deutsche Fotothek, Attribution-ShareAlike 4.0 International License.
Drukker: Amsterdam : Chez Cóvens et Mortier . Urheber: Covens, Jean, Verleger. Urheber: Mortier, Corneille, Verleger.
Verwalter: Dresden, Sächsische Landesbibliothek – Staats- und Universitätsbibliothek Dresden (SLUB).

In deze brief schrijft Napoleon weer zijn gedachten over de verdediging van Nederland.
Hij schrijft over de verdediging van Amsterdam, ook d.m.v. inundaties en de Haarlemmermeer.
Verder over de inundatielinie tussen Naarden en Gorcum (dus de Hollandse Waterlinie).
Hij wil, dat er wachthuizen geplaatst worden op de dijken. Hij wil dat generaal Krayenhoff en de Nederlandse ingenieur Blanken deze linie bekijken en een projectvoorstel maken, wat in december aan hem moet worden gepresenteerd.

Generaal Kraijenhoff (1758 -1840),
ontwerper van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Wikimedia Commons Public Domain.

Waterbouwkundige Jan Blanken (1755-1838). O.a.
betrokken bij de invoering van de waaiersluis. Wikimedia Commons/Rijksmuseum. Public Domain.

18501.- AAN GENERAAL CLARKE, HERTOG VAN FELTRE, MINISTER VAN OORLOG, IN PARIJS.
Parijs, 18 februari 1812.
In deze brief uit Napoleon weer zijn gedachten, maar geeft ook bevelen betreffende de verdediging van noord Duitsland, noord Nederland, Noord-Holland (vooral Den Helder), de monden van de Maas en de linie Naarden – Gorcum. Hij noemt Naarden de Citadel van Nederland en Gorcum het bruggenhoofd.

Rivierkaart met Gorcum en omgeving 1731. Regionaal Archief Dordrecht.

19655- AAN GENERAAL CLARKE, DUKE VAN FELTRE, MINISTER VAN OORLOG, IN PARIJS.
Parijs, 18 maart 1813.
De veldtocht naar Rusland is slecht afgelopen en er vormt zich een coalitie van diverse landen tegen Napoleon. In deze brief geeft Napoleon opdrachten om de vestingen Kehl , Kassel, Wesel, Coevorden en Delfzijl in staat van verdediging te brengen. Hij vraagt o.a. een voorstel voor de bezetting van Naarden en Gorcum. In geval van een aanval op Holland, mag de vijand geen wapenvoorraad vinden. Alle wapenvoorraden moeten opgeslagen zijn in Naarden, Gorcum, Vlissingen en Antwerpen.

De voormalige vesting Vlissingen in 1811, met door de Fransen gemaakte Ravelijnen, Glacis en inundatie voor het Glacis. Paneel in het Zeeuws Maritiem Museum, foto Hugo Ouwerkerk.

19723- AAN GENERAAL CLARKE, HERTOG VAN FELTRE, MINISTER VAN OORLOG, IN PARIJS.
Trianon, 16 maart 1813.

Groot Trianon was een onderdeel van het koninklijk paleis van Versailles. Wiki media Commons CC BY-SA 3.0

De slaapkamer van Napoleon in Groot Trianon. Wikimedia Commons CC BY-SA 3.0

In deze brief geeft Napoleon opdracht om diverse steden van wapens, voorraad en bezetting te voorzien. Hij vraagt om een voorstel om Naarden en Gorinchem te bewapenen en deze plaatsen te voorzien van een maandvoorraad. Er mag in Holland geen ander depot met geweren zijn, dan alleen in deze twee plaatsen. Generaal Clarke moet er voor zorgen, dat in deze vestingen een goede commandant aangesteld wordt.
Napoleon vind andere vestingsteden zoals Breda, ’s Hertogenbosch en Groningen te groot om te verdedigen (waarschijnlijk door gebrek aan manschappen), maar wil ze ook niet slopen. Indien deze plaatsen over een Citadel beschikken, dan wil hij alleen de Citadel bezetten.

De voormalige vesting ’s-Hertogenbosch met Citadel (boven) in 1866. Wikimedia Commons Public Domain.

19743- AAN GENERAAL CLARKE, HERTOG VAN FELTRE, MINISTER VAN DE OORLOG, IN PARIJS.
Trianon, 20 maart 1813.
In deze brief schrijft Napoleon “Generaal Molitor is gealarmeerd en vraagt om instructies. Zijn instructies zijn duidelijk: in geval van een gebeurtenis (aanval op Holland) die niet waarschijnlijk is, moet hij een garnizoen in fort Lasalle (bij Den Helder) plaatsen. Admiraal Verhuell moet zoveel mannen van de vloot lenen, nodig om de geschutsbatterijen te helpen bedienen en een detachement op Texel plaatsen. Verder moeten de plaatsen Hellevoetsluis, Brielle, Naarden en Gorcum voorzien worden van een garnizoen”.
Hierbij noemt Napoleon de voorlopige aantallen mannen, waaronder 1000 man in Gorcum. Totaal komt hij op “slechts” 6000 man. Hij zegt dat de generaal er meer heeft, terwijl die dat nog niet begrijpt. Er is gendarmerie, er zijn departementale eenheden en er zijn troepen om de orde in Amsterdam te handhaven. Verder komen er elke dag troepen aan in Utrecht.
Tegen de tijd dat er een serieuze operatie (aanval op Nederland) ondernomen kan worden zullen er meer dan 15.000 mannen in het legerkamp bij Utrecht zijn.

Het legerkamp bij Utrecht, was in werkelijkheid meer bij Zeist, bij de aldaar door de soldaten opgerichte Piramide van Austerlitz. Als gevolg van dit legerkamp ontstond daar ook het huidige dorp Austerlitz. Nationaal Archief 4.VTHR Inventarisnummer 4645.

De piramide van Austerlitz. Wikimedia Commons. Door Kattjosh – Eigen werk, CC BY 3.0.

20834- AAN GENERAAL CLARKE, HERTOG VAN FELTRE, MINISTER VAN OORLOG, IN PARIJS.
Gotha, 5 oktober 1813.

Overnachtingsplaats Napoleon in Gotha; het volkshaus Zum Mohren. Wikimedia Commons, bron Altstadtverein Gotha e.V., Public Domain.

In deze brief schrijft Napoleon zijn plannen voor het veldleger, na het verlies van de Volkerenslag bij Leipzig. Hij laat 6000 man achter (richting Leipzig om de terugtocht te dekken) en trekt zijn leger terug naar Mainz. Hij geeft bevel om alle voorzieningen zoals depots en hospitalen terug te trekken naar de linkeroever van de Rijn.
Op het moment dat de generaal deze brief zal ontvangen, verwacht Napoleon op de vlakte van Frankfurt te zijn met 30.000 man cavalerie, 100.000 man infanterie en 400 a 500 stukken artillerie. Hij geeft aan dat hij veel wagens heeft verloren met militaire bemanningen en ook artillerie. In Mainz heeft hij zo snel mogelijk 100.000 kanonschoten (buskruitladingen en kogels) nodig en 30.000 geweren.
Ook geeft hij nog bevelen voor de vestingen in Duitsland en Holland: de stad Mainz moet bewapend zijn, evenals Wesel, Jülich, Venlo, Grave, Coevorden, Delfzijl, Naarden en Gorcum; deze plaatsen moeten volledig worden voorzien en dit moet zonder vertraging worden gedaan.
Voor Wesel vraagt hij een garnizoen van 8.000 a 10.000 man. Hij is van plan om in Mainz en Wesel nog een leger te vormen. En indien nodig nog een leger in Strasbourg.

De vesting Mainz 1824 (Plan zum Entwurf eines regelmäßigen Belagerungsangriffs). Kristof Doffing, Historische Bilder. Bron: Geheimes Staatsarchiv Preußischer Kulturbesitz (GStA PK) XI. HA, FPK, F Nr. 70545. Creative Commons licentie CC BY-NC-SA 4.0

20837-AAN MAARSCHALK KELLERMANN, HERTOG VAN VALMY, COMMANDANT SUPERIOR VAN DE 25E EN 26E MILITAIRE AFDELINGEN, 1 MEI.

François Christophe (de) Kellermann, duc de l’Empire 1e hertog van Valmy (1735 – 1820), maarschalk van Frankrijk. Bron: A. Hugo, France Militaire Histoire des armées françaises de terre et de mer de 1792 à 1833 Tome 1, Delloye, Paris, 1835. Wikimedia Commons. Publiek domein.

Gotha, 25 oktober 1813.
Napoleon herhaalt hier de eerdere bevelen, nu aan Maarschalk Kellermann (verantwoordelijk voor leger communicatie, administratie en het in orde brengen van de reservetroepen ). Hij geeft instructie, om alle gevluchte soldaten op te vangen in Mainz. De eerder gevraagde 30.000 geweren zijn bedoeld om deze mannen weer opnieuw te bewapenen en in legerverband te brengen.
Hij voegt nog toe “Schrijf naar generaal Molitor om Coevorden, Delfzijl, Naarden en Gorcum te bewapenen en te bevoorraden. Ik stuur u de kopie van mijn brief naar de Minister van oorlog, om uw operaties te rechtvaardigen”.
Napoleon bewerkt in deze tijden dus twee kanalen tegelijk, om meer zekerheid te verkrijgen, dat zijn bevelen worden opgevolgd, waarin ook Gorcum is betrokken.

De voormalige vesting Delfzijl, reconstructie naar situatie 1814. Wikimedia Commons door Arch – Eigen werk, Publiek domein.

20856- AAN GENERAAL CLARKE, HERTOG VAN FELTRE, MINISTER VAN OORLOG, IN PARIJS.
Mainz, 3 november 1813.
In deze brief gaat het over het bijeenschrapen van mannen om de grensvestingen van Frankrijk te verdedigen en het eventueel beschikbaar stellen van een deel daarvan voor het bemannen van andere vestingen buiten Frankrijk. De vestingen Wesel, Utrecht en Gorcum worden genoemd.

Utrecht ca. 1814 . Het Utrechts Archief, catalogusnummer 216139.

Utrecht is nog voorzien van een met aarde versterkte, laatmiddeleeuwse stadsmuur met kleine bastions van het Italiaanse type, met aan de noordoostzijde (let op de kompasroos op de kaart) vier Ravelijnen in de gracht. Dat komt er op neer, dat Utrecht in de tijd van Napoleon, als niet in staat van verdediging geacht moet worden, het is dan ook merkwaardig dat nu ineens ook Utrecht genoemd wordt.

20872.-AAN KAPITEIN CARAMAN, OFFICIER VAN DE KEIZERS ORDONNANCES, TE MAINZ.
Mainz, 7 november 1813.
“Officier Caraman, ga naar Grave, Jülich, Venlo en Gorcum en laat me de situatie van deze plaatsen weten, vanuit het oogpunt van de vestingwerken, de bewapening en de magazijnen met voorzieningen. Vanaf elke plaats moet u rapporteren. Vanaf daar gaat u naar Deventer. U gaat dan een paar dagen naar huis om uw zaak te regelen. Daarna bezoekt u Naarden, Amsterdam, de Helder en komt u door Antwerpen en Vlissingen, weer naar mij terug.
U moet mij vanuit elk van deze plaatsen schrijven”.
NAPOLEON.
Napoleon beoogt met de maatregel in bovenstaande brief, zeker te stellen, dat de belangrijke vestingen (waaronder Gorcum) in staat van verdediging zijn gebracht en er voldoende bewapening en voorraad is.

De voormalige vesting Grave in 1812. Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC).

20877.-VOOR DE VICE-AMIRAAL DUC DECRÈS, MINISTER VAN DE MARINE, IN PARIJS.

Denis Decrès, (1761 – 1820), graaf, later hertog van het keizerrijk. By René Théodore Berthon, bron: Collection: Palace of Versailles – http://reproductions.chapitre.com/repro/BERTHON-RENE-THEODORE/VICE-AMIRAL-DENIS-DUC-DECRES-MINISTRE-DE-LA-MARINE-EN-1801.html. Public Domain. Wikimedia Commons.

Saint-Cloud, 11 november 1813.
Deze brief betreft weer de verdediging van Nederland en vooral het aandeel wat de maritieme strijdkrachten hier in kunnen betekenen. Napoleon schrijft o.a.:
“Geef opdracht aan vier of vijf kanonneerboten om naar Gorcum te gaan om de doorvaart te verzekeren. Breng kanonneerboten naar Moerdijk, de Haarlemmermeer en de Zuiderzee; er moeten sommige aan de monding van de IJssel zijn en binnenschepen moeten tot Nijmegen kunnen gaan, om mij meester te maken van dit hele deel van de rivier. In een land als Holland is het belangrijk dat ik meester ben van alle wateren. Kanonneerboten zijn nodig, niet alleen bij Gorcum, maar ook op de Waalpassage naar en voor Utrecht” (vertakking naar de Lek).

https://www.geneaknowhow.net/in/schepen/groenewegen/kanonneerboot.html
29878- AAN GENERAAL CLARKE, DUKE VAN FELTRE, MINISTER VAN OORLOG, IN PARIJS.
Saint-Cloud, 11 november 1813.
Hier komt een bekend stukje uit de Gorinchemse geschiedenis; Napoleon schrijft o.a.:
“Hertog de Feltre, de plaats Gorcum is op dit moment van het grootste belang. Geef generaal Rampon opdracht onmiddellijk met de 3.000 man Nationale Garde onder zijn bevel te gaan en te zorgen voor de bevoorrading, bewapening en verdediging van deze plaats. Zorg er ook voor dat er een officier, een artillerie-officier en kanonniers zijn”.

Het Franse bewapeningsplan voor de verdediging van Gorcum 1813. Nationaal Archief 4-OPV_G80

20887.- VOOR DE VICE-AMIRAAL DUC DECRÈS, MINISTER VAN DE MARINE, IN PARIJS.
Saint-Cloud, 14 november 1813.
In deze brief geeft Napoleon nogmaals aan dat er kanonneerboten gestuurd moeten worden naar diverse plaatsen o.a. Gorcum.
20889- AAN GENERAAL CLARKE, DUKE VAN FELTRE, MINISTER VAN OORLOG, IN PARIJS.
Saint-Cloud, 14 november 1813.
“Hertog de Feltre, ik ontvang uw brief van 13 november.
Ik keur goed dat generaal Rampon onmiddellijk naar Gorcum gaat”.

Generaal Rampon. Regionaal Archief Gorinchem.

“Beveel hem aan maatregelen te nemen om de bevoorrading van deze plek te activeren, de bomen om te hakken, de werken opnieuw te doen, de bewapening te voltooien en in staat te zijn om een ​​goede verdediging te maken, want Gorcum is de sleutel van Holland. Beveel hem om ook om de kleine forten die er tegenover zijn, op de linkeroever te bezetten”.
Verder probeert Napoleon uit de Franse havensteden nog 6000 man los te peuteren om generaal Rampon in Gorinchem te ondersteunen, want “Deze reserve-divisie zou hem in staat stellen toezicht te houden op de hele omgeving”.

Kaart met de Franse dijkdoorstekingen, de inundatie en de Pruisische geschutopstellingen aan de zuidzijde van de Merwede. Uit het boekje “De vesting Gorinchem van november 1813 tot maart 1814 door F.H.A. Sabron, kolonel der Infanterie, Gouverneur der Koninklijke Militaire Academie, Breda 1902. Regionaal Archief Gorinchem en met dank aan Roel Mulder.

20912.-GENERAAL CLARKE, HERTOG VAN FELTRE, MINISTER VAN OORLOG, IN PARIJS.
Saint-Cloud, 18 november 1813.
Deze brief gaat voornamelijk over de verdediging van Genua en Toulon. Maar er wordt ook nog opgemerkt, dat 3.000 man Nationale Garde vanuit Vlissingen, naar Gorcum waren gestuurd.
20931.-GENERAAL CLARKE, HERTOG VAN FELTRE, MINISTER VAN OORLOG, IN PARIJS.
Parijs, 21 november, 1813.
Deze brief gaat over het in Frankrijk bijeenschrapen van mannen om het leger van Napoleon aan te vullen. De mannen voor het 1e korps bis moeten elkaar ontmoeten in Brussel, Antwerpen en Gorcum.
20936.-GENERAAL CLARKE, HERTOG VAN FELTRE, MINISTER VAN OORLOG, IN PARIJS.
Parijs, 24 november 1813, november.

Palais de l’Élysée in Parijs, vanuit de tuin. De residentie van Napoleon tijdens de laatste maanden van zijn bewind. Auteur: Thomas Faivre-Duboz, Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic licence.

In deze brief neemt Napoleon maatregelen ter verdediging van het Waterliniegebied.
Hier volgt zijn brief in het geheel:
“We hebben geen positie op de Lek. Het is noodzakelijk om Schoonhoven en Nieuwpoort onmiddellijk te bezetten. Generaal Molitor kan artillerie uit Naarden halen en naar deze twee plaatsen sturen. Generaal Rampon zal ook twintig stukken sturen. Een kapitein van de artillerie en een officier ingenieur, met 50.000 frank, moeten vertrekken om daarheen te gaan. Vanuit Gorcum moeten 600 mannen worden gestuurd om posities in deze plaatsen in te nemen. De naburige dorpen zullen worden gevorderd en alle nodige maatregelen worden getroffen om zich daar militair te vestigen”.
“Stuur een ingenieur van Antwerpen met 50.000 frank naar Schoonhoven. Geef generaal Rampon opdracht om 600 mannen van nationale wachters en 200 matrozen, in totaal 800 mannen, twintig stukken kanon, een officier van artillerie en een goede generaal of kolonel naar dezelfde plaats te sturen om het bevel over te nemen. Dit alles zal in één keer moeten gebeuren, zodat er binnen vierentwintig uur op elk van die plaatsen tien stuks kanonnen in batterij zijn. De matrozen doen de dienst en bewapenen een gebouw aan de rivier. Een oorlogscommissaris zal onmiddellijk vorderingen op de omgeving doen en daar magazijnen vormen”.
“Geef generaal Molitor opdracht dertig of veertig stukken kanon van Naarden af ​​te geven en deze naar Schoonhoven te leiden. Op deze manier zullen de troepen op de rechteroever zich veilig terugtrekken en zal de vijand ons niet langer kunnen beletten de Lek te passeren, wat niet langer een linie voor hem zal zijn”.

De voormalige vesting Schoonhoven en de vesting Nieuwpoort aan de Lek in 1772. National Archief toegang 4.OPV, inventaris S78.

“Geef ook opdracht aan generaal Molitor om de dijken door te snijden, zodat Schoonhoven onder water komt te staan ​​voor het geval we gedwongen zouden worden terug te gaan naar de Waal en wanneer deze plaats gevaar zou lopen. Hetzelfde moet worden gedaan met Gorcum, dat zich dan midden in de vloed zou bevinden en onneembaar zou worden. Opgemerkt wordt dat deze dijken pas aan het laatste uiteinde worden doorgesneden” (nabij de vestingen).
“Geef de Hertog van Taranto opdracht Arnhem te bezetten en in orde te maken”.
“Beveel de directeuren van artillerie en ingenieurs van Holland aan om naar Schoonhoven te gaan en alles voor zijn bewapening voor te bereiden, mijn bedoeling is om daar honderd stukken kanon te plaatsen, zodra we een voldoende garnizoen kunnen hebben. Maar ondertussen zijn deze eerste stappen onmisbaar. Geef hiertoe opdracht tot een bijeenkomst van artillerieofficieren en ingenieurs om samen het instaat van verdediging brengen van deze plaats voor te bereiden, evenals de nodige organisatie en de definitieve bewapening”.
“Raad generaal Rampon aan om ook de forten en posten op de linkeroever te bezetten” (Woudrichem en Loevestein).
20952. – NOTA AAN DE MINISTER VAN DE MARINE, PARIJS.
Parijs, 30 november 1813.
“Het is van het grootste belang dat ik kanonneerboten in Willemstad heb die kunnen worden herleid tot Gorcum”.
NAPOLEON.
20953. – AAN GRAAF DARU, MINISTER-DIRECTEUR VAN DE ADMINISTRATIE VAN OORLOG, IN PARIJS.

Pierre-Antoine-Noël-Bruno, comte Daru (1767-1829). Door Antoine-Jean Gros, collectei Paleis van Versailles. http://www.arald.org/expositions/dossier/themes.php?theme=politique&fiche=1, Publiek domein, Wikimedia Commons

Parijs, 30 november 1813.
“Ik stuur je de staat Gorcum” (kapitein Caraman had dus schijnbaar gerapporteerd en staten gemaakt); “je zult zien dat de bevoorrading nog steeds erg zwak is. Neem effectieve maatregelen om deze snel te voltooien. We moeten ook Antwerpen bevoorraden”.

12_5852, 7/5/10, 11:25 AM, 8C, 7992×10656 (0+0), 100%, MEI 2010, 1/160 s, R60.4, G29.4, B23.0

20965.-AAN GENERAAL CLARKE, HERTOG VAN FELTRE, MINISTER VAN OORLOG, IN PARIJS.
Parijs, 4 december 1813.
In deze brief gaat het over het betrekken van 10.000 paarden en het zonder vertraging vormen en trainen van legerkorpsen, o.a. het 5e korps te Douai of Maastricht, waarna deze moeten aansluiten bij de korpsen in respectievelijk Nijmegen en Gorcum.
Verder worden het 11e korps, het 1e bis korps en 5e korps aangegeven als nodig voor de herovering van Nederland.

Kopie Maquette van Maastricht, in het Centre Céramique, situatie 18e eeuw. Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International.

20978.- GENERAAL CLARKE, HERTOG VAN FELTRE, MINISTER VAN DE OORLOG, IN PARIJS.
Parijs, 7 december 1813.
“Hertog de Feltre, de Nationale Gardes van het Noorden, worden naar Antwerpen en naar Gorcum gestuurd, dat wil zeggen naar de vijand.
Zonder kleding en zonder wapens; dit is absurd. Stuur bevelen per buitengewone koerier, zodat deze Nationale Gardes in Antwerpen blijven totdat ze gekleed en gewapend zijn. Zodra ze gewapend zijn, kunnen ze worden geplaatst in Vlissingen, Te Veere, Fort Bath of Berg-op-Zoom. Het is belachelijk om ze volledig naar de grenzen te sturen, zonder kleding, zonder wapens en zonder organisatie”.
NAPOLEON”.
20980.- GENERAAL CLARKE, HERTOG VAN FELTRE, MINISTER VAN OORLOG, IN PARIJS.
Parijs, 7 december 181 3.
“Herhaal het bevel aan generaal Rampon om de dijken door te snijden. Vertel hem dat de vorst niet sterk genoeg is om de overstromingen tegen te houden, dat alleen het oppervlakte bevriest; dat als de vorst later komt, het een zee van ijs zal zijn die zich tegen de doorgang van de vijand zal verzetten.
Stel zeker dat we de twee dijken voor Gorcum doorsnijden”.

Gezicht van de bezetting van het ijs buiten de Waterpoort te Gorinchem, den 20.n Februarij 1799 door Cornelis de Jonker. Wikimedia Commons, publiek domein.

20981.-AAN GENERAAL LEBRUN, DUC DE PLAISANCE, GOUVERNEUR VAN ANTWERPEN.
Parijs, 7 december 1813.

Charles-François Lebrun, duc de Plaisance 1755-1830. Door Robert Lefèvre – Musée Quesnel Morinière. Wikimedia Commons. Publiek domein.

Deze brief gaat over het organiseren en voorzien van uniformen voor de Nationale Gardisten afkomstig uit Pas de Calais en Caen, die in Antwerpen en Vlissingen zijn. Met de instructie om in het geval van een beleg van Antwerpen, deze plaats te behouden.
Verder wordt de gouverneur onder bevel van generaal Decaen gesteld, die zijn hoofdkwartier in Gorcum of ’s-Hertogenbosch moer vestigen.

Général Charles Mathieu Isidore Decaen 1769-1832.
Historia n°764 – Août 2010, page 60. Wikimedia Commons. Publiek domein.

20993. – AAN DE VICE-ADMIRAAL DUC DECRÈS, MINISTER VAN DE MARINE, IN PARIJS
Parijs, 9 december 1813.
In deze brief merkt Napoleon op, dat de verdeling van marineschepen anders is dan door hem bevolen en wenst de huidige status te weten. Maar geeft ook gelijk weer nieuwe aanwijzingen betreffende aantallen en locaties van kanonneerboten.
Hij geeft daarbij ook twee maal aan, dat het noodzakelijk is om kanonneerboten naar Geertruidenberg en Gorcum te sturen, om meester te blijven van dit binnenwater.
Echter de Franse bevelen worden niet meer opgevolgd, want de marine-officieren en manschappen in Rotterdam en Hellevoetsluis zijn al overgelopen naar de prins van Oranje en op 12 december arriveren de eerste kanonneerboten uit Rotterdam bij Sleeuwijk, om de Pruissen bij te staan, door de Franse geschutsopstellingen op de vestingwal van Gorcum te beschieten.
21004. – TOT DE PRINS VAN NEUCHÂTEL EN WAGRAM, GENERAAL MAJOOR VAN DE GRANDE ARMEE, IN PARIJS.
Parijs, 14 december 181 3.
“Neef, schrijf aan generaal Roguet dat ik verwacht dat zodra de divisie Lefebvre-Desnoëttes is gearriveerd, hij alle angsten die ten onrechte ontstaan zal wegnemen. We zullen terugkeren naar de linkeroever van de Waal en onze communicatie herstellen met Gorcum”.
NAPOLEON.
21012.- AU VICE-AMIRAL DUC DECRÈS, MINISTER VAN DE MARINE, PARIJS.
Parijs, 16 december 1813.
“Monsieur le Duc Decres, admiraal Missiessy heeft mijn vloot in Willemstad verbrand. Hoe verantwoordt deze admiraal, die de plaatsen kent, de waanzin van het evacueren van Willemstad? Ik heb zojuist generaal Decaen teruggeroepen en heb opdracht gegeven tot een onderzoek naar de evacuatie van die stad. Ik ben erg ongelukkig met het gedrag van marineofficieren die niet naar Gorcum zijn gegaan. Laat dit onderzoeken. Als de kanonneerboten naar Gorcum waren gegaan, zou dit allemaal niet zijn gebeurd. Het lijkt erop dat admiraal Missiessy zich volledig overgeeft aan de generaals van het land en dat als ze hem vertelden de vloot te verbranden, hij het zonder opdracht doet. In dit alles is er zeer weinig waardigheid en energie”.

Édouard-Thomas de Burgues, comte de Missiessy 1756-1837.
By Alexandre-Charles Debacq – Palais du Luxembourg. Public Domain, Wikimedia Commons.

De admiraal had generaal Decaen moeten afraden om Willemstad te evacueren en hem vertellen dat het met de enige 400 mannen die door de bemanningen en de hulpbron van de overstromingen werden aangeboden, kon worden verdedigd; dat de plaats goed bewapend en goed bevoorraad was en dat het de sleutel was tot al onze grenzen aan deze zijde.
NAPOLEON.
21063. -INSTRUCTIES VOOR DE HERTOG VAN VICENSE.

Armand Augustin Louis, 5e marquis de Caulaincourt, 1er duc de Vicence, 1773- 1827. Door Inconnu, Wikimedia Commons. Publiek Domein.

Parijs, 4 januari 1814.
Deze brief gaat over de voorwaarden voor het sluiten van een vredesverdrag met de geallieerden.
Maar eerst wordt de stand van zaken in Nederland kort beschreven. Het komt er op neer dat Holland nog in Franse handen is. De pas voor veel geld gereedgekomen forten bij Den Helder en het vlooteskader daar zijn nog trouw aan Frankrijk, Naarden voor de poort naar Amsterdam en Gorcum aan de Waal zijn in Frans bezit. Ook de vestingen Vlissingen, Veere en forten op Walcheren. Ze zijn voorzien van sterke garnizoenen en onneembaar.
Berg-op-Zoom, ‘s-Hertogenbosch, Antwerpen en andere plaatsen worden bevoorraad en hebben garnizoenen.
Napoleon schrijft o.a. over een eventuele onafhankelijkheid van Italië, wie daar allemaal rechten zouden hebben en wat bij Frankrijk zou moeten blijven. Ook de Paus komt weer aan bod, die op voorwaarde dat hij de kerkelijke organisatie in Frankrijk erkent, vrijgelaten zou kunnen worden om naar Italië te gaan.
Verder zou Nederland bij voorkeur bij Frankrijk moeten blijven, anders desnoods zou het weer een republiek moeten worden met een stadhouder zonder familiebanden met Engeland. Echter gezien de vage onafhankelijkheidsvoorwaarden gesteld voor Holland, zou het leggen van de grens op de rivier bij Gorcum een goede regeling kunnen zijn.
21089. – OPMERKING OVER DE HUIDIGE SITUATIE VAN FRANKRIJK.
Parijs, 11 en 18 januari.
Dit is een lange brief over de militaire stand van zaken, met een opsomming van de ingeschatte sterkte en aanvalsrichtingen van de vijandelijke legers en een opsomming van de middelen, die Frankrijk nog tot zijn beschikking heeft.
De middelen van Frankrijk zijn nog aanzienlijk en op papier zou Frankrijk nog meer manschappen in het veld kunnen brengen dan de oprukkende geallieerde legers, terwijl ook de verdediging van Toulon en Parijs formidabel zou kunnen zijn. Dus Napoleon zit niet bij de pakken neer.
Echter de Franse eenheden zijn voor een groot deel in een haastige opbouwfase, uit bij elkaar geschraapte garnizoenen, matrozen en een eerder opgeroepen lichting dienstplichtigen van het jaar 1815.
Verder begrijpt Napoleon niet de demoraliserende werking op de Franse soldaten en de Franse bevolking, door het verliezen van de veldslagen en het op alle fronten op de terugtocht zijn van zijn leger. De ineenstorting van het eens zo grote en machtige Franse keizerrijk. De verstoring van zijn organisatie vanuit Parijs wordt niet goed ingeschat, waardoor het verenigen en aansturen van versnipperde en in opbouw zijnde eenheden niet of nauwelijks van de grond komt.
Ook opstand van de bevolking, het overlopen van soldaten en hun bijdrage aan de geallieerde legers in de voormalig bezette landen, zoals Nederland wordt onderschat. Hoewel de bijdrage van Hollandse milities aan het beleg van Gorcum nog wel goed ingeschat wordt door Napoleon.
Om de situatie bij Gorinchem te relateren aan de algehele militaire situatie, volgt hier een samenvatting van de brief:

  1. Generaal Bülow (Pruissen) was sterk ca. 20.000 man en komt samen bij Breda, waarschijnlijk met de intentie om België binnen te vallen of Antwerpen te veroveren.
    Echter hij moet 4.000 man voor de belegering van Gorcum achterlaten, onafhankelijk van de Nederlandse militie (die is nog niet gereed om hen te helpen). Dan 2.000 man voor de belegering van Berg-op-Zoom en 2.000 in Breda. Hij zal dan nog ca. 12.000 a 15.000 man over hebben om Antwerpen in bedwang te houden. Conclusie Napoleon: “het lijkt er dus niet op dat er veel te vrezen valt, indien men niet de opstand predikt”.
  2. Generaal Blücher (Pruissen), met het leger van Silezië, was ca. 60.000 man groot, steekt de rivier de Saar over en marcheert richting Saarbrücken en Metz. Echter het heeft verliezen geleden en moet Mainz in bedwang houden met ca. 20.000 man en Luxemburg, Saarlouis, Thionville bezetten met ca. 10.000 man. Het marcherende leger moet op ca. 30.000 a 35.000 man geschat worden.
  3. Het leger van Prins Schwarzenberg (Oostenrijk) is ca. 100.000 man groot maar moet minstens 10.000 mannen in Zwitserland achterlaten (waar de bevolking hen niet goed gezind is), 15.000 mannen voor Besançon en 20.000 voor de vlakten van Huningue naar Landau, een korps voor Belfort en voor Auxonne. Zo kan hij met niet met meer dan ca. 50.000 mannen op Langres en Nancy marcheren, voorzien van 280 a 300 kanonnen.

Conclusie van Napoleon:
Verondersteld dat de 25 of 30.000 beschikbare mannen van generaal Blücher elkaar ontmoeten op de 50 of 60.000 van de Prins van Schwarzenberg, het lijkt het er niet op dat ze met meer dan 80.000 mannen op Parijs kunnen marcheren. Deze operatie zou gek zijn; maar we moeten het veronderstellen.
Napoleon verwachtte dus niet dat de geallieerden al in staat waren om Parijs aan te vallen.
Op 18 januari klopte die conclusie. Het zou nog even duren, maar diverse kleine veldslagen verder en met behulp van een krijgslist, welke het leger van Napoleon naar het oosten deed trekken, om slag te leveren, namen de geallieerden op 31 maart 1814 Parijs in.
Uiteindelijk zouden de geallieerden daar 155.000 man in het veld brengen (Russen, Oostenrijkers en Pruissen) tegenover 29.000 Franse verdedigers. De verliezen aan geallieerde zijde waren 18.000 man en aan Franse zijde 5.000 man. Dus uiteindelijk is er om Parijs toch flink gevochten.
21120. –AAN GENERAAL MAISON, COMMANDANT VAN HET 1e KORPS,IN LOUVAIN.

Nicolas Joseph Maison, markies van Maison 1770 – 1840.
Lithografie door Alois Senefelder.Wikimedia Commons, publiek domein.

Parijs, 20 januari 1814.
In deze gedicteerde brief door iemand anders verzonden, is Napoleon teleurgesteld omdat deze generaal Maison geen klinkende overwinning heeft weten te behalen op de bescheiden legermacht van generaal Bülow. Generaal Maison was bevolen om Gorcum te ontzetten.

Friedrich Wilhelm Bülow von Dennewitz 1742 – 1816. Wikimedia Commons, publiek domein.

Breda 1743, gegraveerd door B.F. Immink. Door Thomas Ernst van Goor – Beschryving der stadt en lande van Breda. Publiek domein, Wikimedia Commons.

Generaal Maison was in deze dagen in eerste instantie belast met de verdediging van België en vooral Antwerpen. Napoleon laat schrijven:
“In plaats van aan te vallen wilde deze generaal terugtrekken naar Frankrijk en België prijsgeven”.
Napoleon wijst hem kort op zijn fouten, maar legt dan in een lang verhaal uit, dat de vijandelijke strijdmacht niet groot kan zijn omdat een groot deel gebonden is aan de belegering van Gorcum en andere vestingen.
Ook probeert hij de generaal gerust te stellen door aan te geven dat de vijandelijke legers in het oosten daar hun handen vol hebben en zijn 1e legerkorps in België niet bedreigen.
Hij moedigt de generaal aan om slag te leveren, legt uit waar en hoe hij dat moet doen en geeft aan, dat indien hij toch met een overmacht wordt geconfronteerd het altijd nog mogelijk is om veilig in de vesting Antwerpen terug te trekken.
Echter vanuit Parijs begon Napoleon zijn grip (over grote afstand) op de werkelijkheid te verliezen.
Generaal Maison beschikt lang niet over het aantal soldaten dat Napoleon dacht dat hij ter beschikking zou moeten hebben. Bovendien was de strijdmacht van generaal Bülow inmiddels ook groter dan gedacht, die bestond niet alleen uit Pruissen, maar ook Russen (Kozakken) en Engelsen.
Toch werd er nog flink gevochten in de zuidelijke Nederlanden voor Gorcums ontzet, echter tot dat ontzet kwam het niet. Op 20 december 1813 wordt de 3rd Divisie Jeune Garde (Jonge Garde, zijnde de jongste en minst ervaren gardisten), onder commando van brigadegeneraal François Roguet, naar Breda gestuurd om deze vesting op de troepen van generaal Bülow te heroveren en daarna dus Gorinchem te ontzetten.
Net als generaal Rampon was deze generaal Roquet een zeer ervaren vechtjas. Echter de Jonge Garde bestaande uit ca. 4500 man trok richting een legermacht met 15.000 man in de voorhoede van het leger van generaal Bülow en na een belegering van Breda van 3 dagen moesten de Fransen het beleg opgeven, daarna concentreerden zij hun legereenheden bij het nu Belgische Hoogstraten.

Generaal François Roguet. Wikemedia Commons, publiek domein.

Op 11 januari vielen de geallieerde legers aan over een breed front tussen Kalmthout en Merksplas (net over de tegenwoordige Belgische grens), ruwweg tussen Antwerpen en Turnhout. De Pruisische legermacht bestond uit 3 infanteriebrigades, 3 cavaleriebrigades en onder Pruisisch commando was een Russische divisie op de rechter vleugel. De Engelse legermacht, ook op de rechter vleugel, bestond uit de 1e en 2e divisie. Toen waren die legereenheden niet zo groot als in de moderne legers, want tezamen was dit de voorhoede van generaal van Bülows leger en 15.000 man sterk. Overigens dus toch weer goed ingeschat door Napoleon, welke sterkte men uiteindelijk in het veld kon brengen.
Echter de Franse legermacht was niet zo groot al gehoopt en bestond uit een divisie tirailleurs en een divisie cavalerie, beide van de Jonge Garde, verder een onderbemande divisie reguliere infanterie, het totaal was ca. 6000 man sterk.
Het eerste treffen vond plaats in een sneeuwstorm en zware gevechten braken uit in diverse dorpen langs de linie, waarbij dorpen meerdere keren van zijde wisselden, echter om twee uur in de middag veroverden de Pruisen Hoogstraten en verplaatsten de gevechten zich richting Merksplas. De gevechten gingen door in de nacht. Generaal François Roguet wist zijn legerverband te behouden en leverde met zijn jonge soldaten een zeer knap terugtrekkend gevecht richting Antwerpen. Deze uitgesponnen veldslag kostte de geallieerden 465 slachtoffers en de Fransen kostte het 747 slachtoffers en nog eens 200 gevangengenomen soldaten.
Daarna belegerden de geallieerden Antwerpen. Echter onder leiding van de door Napoleon aangestelde Lazare Nicolas Marguerite, Count Carnot, hield deze vesting het uit tot het aftreden van Napoleon.

Lazare Nicolas Marguerite, Count Carnot 1753 – 1823. Door Schilder Louis-Léopold Boilly. Wikimedia Commons, publiek domein.

21424. – AAN GENERAAL CLARKE, HERTOG VAN FELTRE, MINISTER VAN OORLOG, IN PARIJS.
La Ferté-sous-Jouarre, 3 maart 1814.
In deze brief schrijft Napoleon aan de minister van Oorlog, dat hij generaal Maison moet laten weten, dat een gewaagde beweging richting Antwerpen en een vereniging van zijn korps met de troepen aldaar, om vervolgens op te trekken, de vijand zeer zou verontrusten.
De vijandelijke troepen waar hij mee te maken heeft zijn een rommeltje.
Er moet een officier naar generaal Maison gestuurd worden om hem duidelijk te maken hoe belachelijk zijn traagheid en inactiviteit is op een belangrijk moment als dit.
Omdat de vijand verspreid is zou generaal Maison zelfs gewoon naar Gorcum kunnen oprukken om het garnizoen aldaar te ontzetten en bij zich te voegen.
De vijand is nu overal, maar nergens sterk.
Tot slot
Generaal Rampon gaf op 20 februari 1814 op een waardige wijze de vesting Gorcum over aan de Pruisen en de Nederlanders, met behoud van eer, want de vesting was immers niet veroverd. Zijn opgedragen taak was volbracht en er was al lang geen zicht meer op ontzet.
Napoleon tekende op 11 april 1814 zijn troonsafstand.
In zijn memoires heeft Napoleon Gorcum niet meer genoemd, want Gorcum was een militair belangrijk object en het militair denken was niet meer nodig. Voor Napoleon was het militair denken en bezig zijn de hoofdzaak in zijn leven geweest, hij heeft op de kaarten de strategische ligging van Gorcum herkend, want deze vesting op de zuidoostpunt van Holland beheerste de grote routes, zowel noord-zuid, als oost-west. En tijdens zijn korte bezoek heeft hij gezien dat het “petit fort” Gorcum in combinatie met de omgeving een moeilijk neembare vesting was, mits ook de dijken werden doorgestoken.
Hij vond het behoud van Gorcum dan ook uiterst belangrijk voor de verdediging van zijn rijk en cruciaal als bruggenhoofd voor herovering van het verloren gebied. Hij heeft er dan ook alles aan gedaan om Gorcum te behouden en zelfs te ontzetten. Zo was Gorcum toch vaak in de gedachten van keizer Napoleon Bonaparte, een heel bijzonder man en een bijzondere plaats, de vesting Gorinchem!