Bomkanon

Deze kanonloop is door de gemeente Liesveld aan Gorinchem gegeven en lag al een tijdje op de gemeentewerf in Gorinchem. Wij van de Werkgroep Vesting Gorinchem vonden het een goed idee om hem vast aan het publiek te laten zien. Daarom is deze voorlopig op twee boomstammetjes gelegd in de geschutsbatterij in Bastion 2. Dit in afwachting van een nog te maken replica affuit (onderstel).

Merkwaardig

Dit is een merkwaardig dikke en gedrongen kanonloop. Hij heeft een kaliber van 80 pond. Voeger gaf men het kaliber van een kanon aan,  als het gewicht van een massief ijzeren kogel die in de loop paste. Het komt er op neer, dat deze kanonloop inwendig een doorsnede van 22 cm heeft. Dat is een heel groot kaliber. De kanonloop is in 1839 gefabriceerd door de firma Walker in Engeland en weegt 4501 kg.

Affuit

Dit kanon stond op een walaffuit, zoals hierboven is te zien. Het ziet er op het eerste gezicht simpel uit, maar zit nog redelijk ingewikkeld in elkaar met veel detailwerk. Dus er wordt aan gewerkt om voor het maken van zo’n affuit een begroting te maken en financiĆ«le middelen te vinden, zodat dit project aan de gemeente Gorinchem kan worden voorgelegd. Gelukkig hebben we in Gorinchem vakmensen, die als liefhebberij het affuit willen maken. Maar dan nog kost zo’n  speciaal met de hand gemaakt affuit net zoveel als een grote luxe auto.

Bomkanon!

Dat klinkt eng en dat was het ook. In de oorlog op zee had men ervaren, dat het meer effect had om de schepen van de tegenstander te beschieten met met exploderende kogels en brandbommen, dan met massieve ijzeren kogels.

Die exploderende kogels, ook wel bommen genoemd, moesten bij voorkeur groter zijn dan de gemiddelde kanonskogel. Het kanon zou hierdoor wel groot worden, maar het hoefde geen lang kanon te zijn, want er werd op vrij korte afstand van elkaar geschoten en een lang kanon was op een schip lastig. Dus de nieuw ontworpen kanonnen voor deze tactiek werden dikke gedrongen kanonnen.

England

Na de Belgische opstand kon Nederland geen kanonnen meer kopen bij de bekende wapenindustrie in Luik, waar toen het meeste geschut werd gekocht. Men schafte daarom geschut aan in England en dit ontwerp granaat- of bomkanon was dus net “in de mode”.

Tussen 1830 en 1840 werden er 325 kanonnen gekocht bij de firma Walker en Co. te Engeland, waaronder 20 bomkanonnen van 80 pond en 80 bomkanonnen van 60 pond. men schafte deze kanonnen aan als scheeps- en kustgeschut, echter al snel kwamen deze kanonnen ook op de forten en in de vestingsteden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie terecht, zo ook in de vesting Gorinchem.

Gorinchem

Fragment Gorinchem uit de armeeringsstaat Nieuwe Hollandse Waterlinie uit 1848 (transscriptie door Jaap de Zee).

In de armeeringsstaat van 1848 is te zien, dat de vesting Gorinchem was uitgerust met 90 stukken geschut, waaronder 4 bomkanonnen van 60 pond. De 80-ponder die we nu hebben is maar een fractie groter dan de 60-ponder en ziet er exact hetzelfde uit. Dus een goed voorbeeld voor de 60-ponders van toen, in de vesting Gorinchem.

Afgedankt

Een Walker 60-ponder op een een rolpaard (nier correct) op de vestingwal van Woudrichem.

Voorheen ging zo’n kanon eeuwen mee, echter in het 3e kwart van de 19e eeuw was er ineens een snelle ontwikkeling van het geschut van gladloop tot getrokken geschut (spiraalvormige groeven in de loop). Het moderne getrokken achterlaadgeschut werd vanaf 1872 in Nederland ingevoerd, ook bij de vestingartillerie in Gorinchem. De afgedankte gladloopkanonnen werden als stootpaal op hoeken van gebouwen en als meerpaal langs havens en kanalen in de grond gezet. Dus de Walker kanonnen zijn hier maar relatief kort in gebruik geweest.